ECLI:NL:RBDHA:2026:15717
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens niet aannemelijk gemaakt hoofdverblijf
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet, welke door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag is afgewezen. De afwijzing is gebaseerd op het feit dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij haar hoofdverblijf had op het opgegeven adres in Den Haag.
Eiseres is in 2022 verhuisd naar het buitenland en keerde begin 2023 alleen met haar zoon terug naar Nederland. Zij heeft een briefadres gekregen en vervolgens een bijstandsaanvraag ingediend met een gewenste ingangsdatum in januari 2023. De rechtbank beoordeelt de periode van januari tot juni 2023.
De rechtbank stelt dat de bewijslast van bijstandbehoevendheid bij eiseres ligt en dat zij controleerbare gegevens moet verstrekken over haar verblijfplaats. Uit verklaringen en bankafschriften blijkt dat eiseres geen vaste verblijfplaats heeft en vaak bij verschillende vrienden en familie verblijft, zonder inschrijving op het opgegeven adres. De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende concrete feiten heeft aangevoerd om haar hoofdverblijf in Den Haag aannemelijk te maken.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en krijgt eiseres geen bijstandsuitkering of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de bijstandsaanvraag is ongegrond verklaard omdat het hoofdverblijf niet aannemelijk is gemaakt.