7.2.De rechtbank is van oordeel dat de minister heeft kunnen tegenwerpen dat eiseres haar contact met activisten en journalisten onvoldoende heeft onderbouwd. Van eiseres mag verwacht worden dat zij dit kan onderbouwen en de minister stelt terecht dat eiseres geen stukken heeft overgelegd waaruit volgt dat [naam 2] berichten over eiseres online zou hebben geplaatst. De minister heeft daarbij ook kunnen betrekken dat de overgelegde berichten laten zien dat eiseres pas na haar asielaanvraag in Nederland [naam 2] heeft genoemd in een bericht en dat eiseres haar bovendien pas sinds oktober 2022 volgt. De minister concludeert niet ten onrechte dat niet kan worden vastgesteld dat eiseres in Iran daadwerkelijk in contact stond met prominente oppositiefiguren.
Verklaringen over wat eiseres bij terugkeer te vrezen heeft, activiteiten in Nederland te beperkt en niet onderscheidend
8. De rechtbank overweegt voorts dat eiseres in het kader van artikel 31, zesde lid, onder c, Vw wordt tegengeworpen dat zij haar verklaringen over wat zij te vrezen heeft bij terugkeer niet aannemelijk heeft gemaakt en dat haar activiteiten in Nederland te beperkt en niet onderscheidend zijn. Naar het oordeel van de rechtbank missen de door de minister gemaakte overwegingen op dit punt relevantie voor wat betreft de geloofwaardigheidstoets. Het vermoeden van eiseres dat zij bij terugkeer te vrezen heeft van de Iraanse autoriteiten maakt immers geen deel uit van de gebeurtenissen die volgens het asielrelaas hebben plaatsgevonden, maar betreft een aan die gebeurtenissen ontleend vermoeden over wat haar bij terugkeer naar het land van herkomst te wachten staat. De minister is gehouden de plausibiliteit van dit vermoeden te beoordelen in het kader van de beantwoording van de vraag of de geloofwaardig geachte feiten en omstandigheden als rechtsgrond voor verlening van de verblijfsvergunning kwalificeren en kan zich niet op het standpunt stellen dat het vermoeden van eiseres voor wat haar bij terugkeer naar het land van herkomst te wachten staat, ongeloofwaardig is te achten.Hetzelfde geldt voor in hoeverre eiseres zich met haar activiteiten in Nederland onderscheidt. Nu de deelname aan demonstraties niet ter discussie staat, is de vraag of haar activiteiten beperkt al dan niet weinig onderscheidend zijn pas relevant bij de beoordeling van het risico bij terugkeer. De rechtbank laat deze punten voor wat betreft de geloofwaardigheidsbeoordeling dan ook buiten beschouwing.
Conclusie ten aanzien van artikel 31, zesde lid, onder c, Vw
9. De rechtbank overweegt dat de minister aan eiseres heeft kunnen tegenwerpen dat eiseres haar verklaringen over het contact met activisten en journalisten onvoldoende zijn onderbouwd. Naar het oordeel van de rechtbank is dit onvoldoende om tot het oordeel te komen dat de verklaringen van eiseres ten aanzien van haar politieke overtuiging en daaruit voorvloeiende problemen, geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. De rechtbank acht daarbij met name van belang dat de tegenwerping die ziet op het incident dat de directe aanleiding was voor eiseres om asiel aan te vragen, de huisdoorzoeking bij haar schoonouders, is komen te vervallen. De tegenwerping die blijft staan omvat bovendien geen tegenstrijdigheden en ziet enkel op een gebrek aan onderbouwing. Hoewel deze het relaas van eiseres niet onderbouwt – en daarom als individuele tegenwerping kan dienen - doet ze ook niet af aan het relaas en is het naar het oordeel van de rechtbank goed denkbaar dat bij een integrale beoordeling van het asielrelaas, eiseres het voordeel van de twijfel wordt gegund op dit punt. De rechtbank concludeert daarom dat de minister eiseres met de huidige motivering niet heeft kunnen tegenwerpen dat haar verklaringen ten aanzien van haar politieke overtuiging en daaruit voorvloeiende problemen, geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Het beroep is gegrond.
Heeft de minister kunnen tegenwerpen dat eiseres haar aanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend?
10. Eiseres stelt dat de minister op geen enkele manier ingaat op de verklaringen die eiseres in haar zienswijze heeft gegeven over het tijdsverloop tussen het moment waarop zij besefte niet naar Iran terug te kunnen keren en het moment van de asielaanvraag. De minister dient te onderbouwen waarom die uitleg van eiseres niet wordt gevolgd. Hier heeft eiseres op vrijdag 20 januari 2023 beseft dat zij niet kon terugkeren. Zij heeft zich de daarop volgende maandag meteen bij de minister gemeld voor asiel, waarbij in de tussenliggende periode de in de zienswijze genoemde handelingen zijn verricht. Dit tegenwerpen is een veel te zware sanctie gezien de bijzondere gebeurtenissen.