ECLI:NL:RBDHA:2026:15772
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing asielaanvraag niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming
Eiser diende op 15 november 2024 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag op 1 december 2024 af als kennelijk ongegrond en legde tevens een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar op.
Eiser stelde beroep in tegen deze beslissing en verzocht om een voorlopige voorziening, maar partijen wensten geen behandeling op zitting. De rechtbank onderzocht of eiser nog een actueel en reëel belang had bij inhoudelijke behandeling van het beroep.
De minister meldde dat eiser op 25 maart 2026 met onbekende bestemming was vertrokken, waarna de gemachtigde op 7 mei 2026 verklaarde geen contact meer te hebben en niet op de hoogte te zijn van zijn verblijfplaats. De rechtbank oordeelde dat dit betekent dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op de bescherming die hij aanvankelijk zocht, en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelde de zaak niet inhoudelijk en wees proceskostenvergoedingen af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vertrek met onbekende bestemming en geen contact meer.