ECLI:NL:RBDHA:2026:15878
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep asielbesluit
Verzoeker diende beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Op 8 mei 2026 nam de minister alsnog een besluit op deze aanvraag, waarna verzoeker zijn beroep introk en een verzoek tot proceskostenvergoeding indiende.
De minister stemde in met vergoeding van € 233,50, maar de rechtbank oordeelde dat gezien de inschakeling van een professionele juridische hulpverlener en het lichte gewicht van de zaak een hogere vergoeding passend was. De rechtbank hanteerde een wegingsfactor van 0,5 en wees een bedrag van € 467 toe.
De rechtbank vond een zitting niet nodig en baseerde haar oordeel op de relevante wetsartikelen uit de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit Proceskosten bestuursrecht. De uitspraak werd op 11 juni 2026 in Utrecht gedaan.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van € 467 aan proceskosten aan verzoeker.