Uitspraak
Gezagsuitoefening
Beschikking op het op 3 februari 2026 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
[de vader] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het bericht van 12 februari 2026 met bijlagen van de moeder;
- de twee F9-berichten van 19 februari 2026 van de moeder;
- het verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek;
- de moeder met haar advocaat;
- de vader met zijn advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Verzoek en verweer
- Kerstvakantie (twee weken): bij de vader in Nederland;
- Voorjaarsvakantie (twee weken): bij de vader in Nederland;
- Zomervakantie (twaalf weken): één week bij de moeder in de [land] en de overige weken bij de vader in Nederland;
- Kerstvakantie (twee weken): bij de moeder in de [land] ;
- Meivakantie (twee weken): bij de moeder in de [land] ;
- Zomervakantie (zes weken): vijf weken bij de moeder in de [land] en één week bij de vader in Nederland;
- Zomervakantie vier weken bij de vader;
- Herfstvakantie bij de moeder in de [land] ;
- Kerstvakantie bij de vader in Nederland;
- Voorjaarsvakantie bij de moeder in de [land] ;
- Meivakantie bij de vader in Nederland;
- Zomervakantie vier weken bij de moeder in de [land] ;
- Herfstvakantie bij de moeder in de Nederland (de moeder komt naar Nederland);
- Kerstvakantie om het jaar in Nederland en in de [land] ;
- Meivakantie om het jaar in Nederland en in de [land] .
Feiten
- dat [de minderjarige] zijn hoofdverblijf heeft bij de moeder;
- dat bij een voorgenomen verhuizing de ouders elkaar vooraf zullen informeren. Bij een verhuizing van meer dan 20 kilometer, zullen de ouders eerst in overleg treden en zo nodig een mediator inschakelen;
- dat in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken de volgende zorgregeling zal gelden:
Beoordeling
- het recht en het belang van (in dit geval) de moeder om te verhuizen en in vrijheid haar leven (opnieuw) in te richten;
- de noodzaak voor de moeder om te verhuizen;
- de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid;
- de door de moeder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor [de minderjarige] en de vader te verzachten en te compenseren;
- de mate waarin partijen in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg;
- de rechten van de vader en [de minderjarige] op onverminderd contact met elkaar in hun vertrouwde omgeving;
- de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg;
- de frequentie van het contact tussen [de minderjarige] en de vader voor en na de verhuizing;
- de leeftijd van [de minderjarige] , zijn mening en de mate waarin hij is geworteld in zijn omgeving of juist gewend is aan verhuizingen;
- de (extra) kosten van de omgang na de verhuizing.
Beslissing:
- 4 weken in de zomervakantie;
- om het jaar gedurende de gehele Kerstvakantie;
- jaarlijks de gehele Meivakantie;