ECLI:NL:RBDHA:2026:16086

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 juni 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
NL24.50296
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Y. Yeniay - Cenik
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29 Vw 2000Art. 30b Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen afwijzing asielaanvraag wegens kennelijk ongegrondheid uit veilig land van herkomst

Eiser, een Senegalese nationaliteit, diende een asielaanvraag in vanwege vervolging wegens zijn homoseksualiteit. De minister wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond omdat eiser afkomstig zou zijn uit een veilig land van herkomst en zijn verklaringen inconsequent zouden zijn.

De rechtbank oordeelt dat de minister ten onrechte de versnelde procedure toepaste op grond van het veilige land van herkomst, waardoor eiser geen voorbereidingstijd met zijn gemachtigde had. Desondanks is eiser niet in zijn belangen geschaad omdat het nader gehoor zorgvuldig is verlopen en hij voldoende gelegenheid had zijn verhaal toe te lichten.

De rechtbank stelt vast dat de minister de aanvraag ook terecht als kennelijk ongegrond mocht afwijzen vanwege de inconsequente en tegenstrijdige verklaringen van eiser. Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit, maar laat de rechtsgevolgen in stand. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.50296

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juni 2026 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. M.J.A. Rinkes),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. L.J.M. Rog).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van eisers asielaanvraag. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep van eiser gegrond is, maar de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand kunnen blijven. Eiser krijgt dus geen gelijk. Hoewel de minister eisers asielaanvraag ten onrechte heeft afgewezen als kennelijk ongegrond vanwege zijn herkomst uit een veilig land, en eiser als gevolg daarvan geen voorbereidingstijd met zijn gemachtigde heeft gehad, heeft de minister terecht gesteld dat eiser hierdoor niet in zijn belangen is geschaad. Bovendien heeft de minister eisers asielaanvraag ook als kennelijk ongegrond mogen afwijzen, omdat eisers verklaringen kennelijk inconsequent en tegenstrijdig zijn. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 10 december 2024 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft op
28 oktober 2025 op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 5 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde hebben de rechtbank op 4 december 2025 bericht dat zij niet zullen verschijnen.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser is van Senegalese nationaliteit en is geboren op [geboortedag] 2004. Eiser stelt sinds 2022 homoseksueel te zijn. In dat jaar ontmoette hij zijn vriend, met wie hij drie jaar een relatie had. Tijdens een feestje in een nachtclub is eiser aangevallen en mishandeld. Ook werd hij aangevallen en mishandeld door zijn buren. Toen zijn vader erachter kwam dat eiser homoseksueel was, begon ook hij eiser te mishandelen en heeft hij hem uiteindelijk het huis uitgejaagd. Met hulp van zijn oudere broer is eiser vervolgens naar Nederland gevlucht.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
- identiteit, nationaliteit en herkomst;
- problemen door zijn seksuele gerichtheid.
De minister stelt zich op het standpunt dat eisers identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig zijn. Eisers problemen door zijn seksuele gerichtheid zijn echter niet geloofwaardig, omdat zijn verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Ook zijn de verklaringen die eiser heeft afgelegd kennelijk inconsequent en tegenstrijdig. Eisers identiteit, nationaliteit en herkomst bieden geen aanleiding voor de conclusie dat hij heeft te vrezen voor vervolging [1] of een reëel risico loopt op ernstige schade [2] bij terugkeer naar Senegal. De minister heeft de asielaanvraag van eiser kennelijk ongegrond verklaard omdat hij afkomstig is uit een veilig land van herkomst [3] en omdat zijn verklaringen kennelijk inconsistent en tegenstrijdig zijn. [4] Met het verweerschrift van 28 oktober 2025 heeft de minister de eerste grond laten vallen, [5] maar alsnog geconcludeerd dat de aanvraag kennelijk ongegrond is vanwege eisers kennelijk inconsequente en tegenstrijdige verklaringen.
Heeft de minister eisers asielaanvraag mogen afwijzen als kennelijk ongegrond?
5. Eiser betoogt dat de minister zijn asielaanvraag ten onrechte heeft afgewezen als kennelijk ongegrond omdat hij afkomstig is uit een veilig land van herkomst. Daarbij wijst eiser op een uitspraak van het Hof van Justitie. [6] Omdat eisers asielaanvraag hierdoor ten onrechte in de versnelde procedure is behandeld, heeft de minister ook onzorgvuldig gehandeld. Eiser heeft immers geen voorbereidingstijd met zijn gemachtigde gehad. Verder is eiser tijdens het nader gehoor niet in de gelegenheid gesteld om uitleg te geven over eventueel ontbrekende elementen, inconsistenties of tegenstrijdigheden in zijn verklaringen en heeft hij geen gelegenheid gehad om het verslag van het nader gehoor met zijn gemachtigde door te nemen en correcties en aanvullingen in te dienen. Ook heeft de minister niet onderbouwd waarom er geen registertolk is ingezet bij het nader gehoor en is er geen rekening gehouden met het referentiekader van eiser. Verder heeft de minister eisers verklaringen ten onrechte kennelijk inconsequent en tegenstrijdig gevonden zodat zijn asielaanvraag ook om die reden ten onrechte is afgewezen als kennelijk ongegrond. Uit het betreffende wetsartikel volgt namelijk dat de verklaringen van een vreemdeling in strijd moeten zijn met voldoende geverifieerde informatie over zijn land van herkomst. Daarvan is in het geval van eiser geen sprake.
5.1.
De rechtbank is van oordeel dat het besluit een motiveringsgebrek bevat omdat de minister (in het verweerschrift) heeft erkend dat hij eisers asielaanvraag niet als kennelijk ongegrond heeft mogen afwijzen vanwege zijn herkomst uit een veilig land. De grondslag van het bestreden besluit is dus in zoverre onjuist. De aanvraag van eiser is echter ook als kennelijk ongegrond afgewezen op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw 2000. Deze grond zou de afwijzing van de aanvraag als kennelijk ongegrond kunnen dragen, maar staat de minister niet toe de versnelde procedure toe te passen. De rechtbank beoordeelt daarom of is gebleken dat eiser door toepassing van de versnelde procedure de mogelijkheid is ontnomen om zijn asielrelaas adequaat en volledig naar voren te brengen zodat het besluit een andere uitkomst had kunnen hebben.
5.2.
De rechtbank overweegt dat – zoals de minister terecht heeft gesteld – eiser door het uitblijven van voorbereidingstijd met zijn gemachtigde als gevolg van het toepassen van de versnelde procedure niet in zijn belangen is geschaad, nu uitgebreid en zorgvuldig aandacht is besteed aan zijn asielrelaas. Zo hebben er twee gehoren plaatsgevonden waarin eiser zijn asielmotieven heeft kunnen toelichten. De minister heeft bovendien terecht gesteld dat het nader gehoor van 5 december 2024 zorgvuldig is verlopen: eiser is duidelijk uitgelegd wat het doel van het gehoor was en wat er van hem werd verwacht, en hij heeft aangegeven dit te begrijpen. [7] Ook zijn er korte en gerichte vragen gesteld en heeft de hoormedewerker vragen verduidelijkt als eiser die niet begreep. [8] Aan het einde van het gehoor heeft eiser verklaard dat hij zijn asielrelaas goed naar voren heeft kunnen brengen, en dat hij niets meer toe te voegen had. [9] Eiser wordt daarom ook niet gevolgd in zijn standpunt dat de minister geen rekening heeft gehouden met zijn referentiekader. Met de enkele stelling dat de minister er onvoldoende rekening mee heeft gehouden dat het ongebruikelijk is om in Senegal over geaardheid te spreken, heeft eiser dit bovendien onvoldoende toegelicht. Daarnaast wordt eiser er niet in gevolgd dat hij niet in de gelegenheid is gesteld om uitleg te geven over inconsistenties of tegenstrijdigheden in zijn verklaringen. Uit het verslag van het nader gehoor blijkt dat tegenstrijdigheden in eisers verklaringen meermaals aan hem zijn voorgehouden tijdens het gehoor, en dat er voldoende is doorgevraagd. [10] Ook heeft eiser de gelegenheid gehad om in zijn zienswijze te reageren op tegenstrijdigheden die hem eventueel tijdens het gehoor niet zijn voorgelegd. Eiser heeft niet toegelicht waarom dit onvoldoende is geweest. Verder heeft eiser onvoldoende toegelicht op welke manier hij zijn asielrelaas niet adequaat en volledig naar voren heeft kunnen brengen als gevolg van het gebrek aan voorbereiding met zijn gemachtigde. Daarbij komt dat de minister er terecht op heeft gewezen dat eiser de gelegenheid heeft gehad om het nader gehoor met zijn gemachtigde na te bespreken, aangezien het voornemen pas is uitgebracht de dag na het toesturen van de verslagen van de gehoren. Bovendien heeft eiser extra tijd gekregen om correcties en aanvullingen in te dienen, nu hij dit ook bij zijn zienswijze mocht doen. [11] De minister heeft terecht gesteld dat het voor eisers eigen rekening en risico komt dat hij vervolgens helemaal geen correcties en aanvullingen heeft ingediend. Ook heeft de minister de inzet van een niet-registertolk voldoende gemotiveerd door te overwegen – en tijdens de zitting toe te lichten – dat er geen registertolk beschikbaar was op dat moment, omdat er maar één registertolk voor Wolof is en er een hoge instroom was van uit Senegal afkomstige asielzoekers op Schiphol. Daarbij heeft de minister ook terecht gesteld dat eiser niet in zijn belangen is geschaad door de inzet van een niet-registertolk, nu eiser meermaals aangaf dat hij de tolk goed kon verstaan en begrijpen tijdens het gehoor. [12] Eiser heeft ook niet toegelicht op welke manier hij minder goed heeft kunnen verklaren door de inzet van een niet-registertolk. Het betoog van eiser slaagt derhalve niet.
5.3.
De rechtbank is voorts van oordeel dat de minister eisers asielaanvraag ook als kennelijk ongegrond mocht afwijzen, omdat eisers verklaringen kennelijk inconsequent en tegenstrijdig zijn. Eiser heeft zijn standpunt dat de verklaringen ten onrechte kennelijke inconsequent en tegenstrijdig zijn gevonden, onvoldoende onderbouwd. Eiser heeft hiertoe immers enkel gesteld dat hij niet in strijd met voldoende geverifieerde informatie over zijn land van herkomst heeft verklaard, zodat zijn aanvraag ten onrechte is afgewezen als kennelijk ongegrond. Bovendien volgt uit artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw 2000 niet dat de minister een asielaanvraag enkel kennelijk ongegrond mag verklaren als de verklaringen van de vreemdeling in strijd zijn met informatie over zijn land van herkomst. [13]

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is gegrond, omdat de minister eisers asielaanvraag ten onrechte als kennelijk ongegrond heeft afgewezen vanwege zijn herkomst uit een veilig land. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. Omdat eiser niet in zijn belangen is geschaad door het uitblijven van voorbereidingstijd met zijn gemachtigde, en de minister eisers asielaanvraag ook vanwege zijn kennelijk inconsequente en tegenstrijdige verklaringen als kennelijk ongegrond af heeft mogen wijzen, laat de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit echter in stand. Eiser krijgt dus geen gelijk.
6.1.
De rechtbank zal de minister wel veroordelen tot het vergoeden van eisers proceskosten. Deze vergoeding bedraagt € 934,-, omdat eisers gemachtigde een beroepschrift heeft ingediend.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit;
  • bepaalt dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 934,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Yeniay - Cenik, rechter, in aanwezigheid van
mr.J. de Lange, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).
2.Artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000.
3.Artikel 30b, eerste lid, onder b, van de Vw 2000.
4.Artikel 30b, eerste lid, onder e, van de Vw 2000.
5.Onder verwijzing naar Hof van Justitie 1 augustus 2025, ECLI:EU:C:2025:591 en Informatiebericht 2025/35.
6.Hof van Justitie 4 oktober 2024, ECLI:EU:C:2024:841.
7.Verslag van het nader gehoor van 5 december 2024, pagina 4.
8.Idem, pagina’s 5, 9 en 13.
9.Idem, pagina 19.
10.Idem, pagina’s 6, 7, 9, 12, 13 en 15-17.
11.Vergelijk ABRvS 16 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1438, rechtsoverweging 9.3.
12.Idem, pagina’s 2, 6, 12, 17, en 19.
13.Paragraaf C2/7.5 van de Vreemdelingencirculaire 2000.