ECLI:NL:RVS:2026:1438
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- M. den Heyer
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onjuiste toepassing veilig land van herkomst-regeling
Appellant, een Senegalese asielzoeker, diende een aanvraag in die door de minister werd afgewezen op grond van de versnelde procedure voor veilige landen van herkomst, waarbij Senegal als zodanig was aangewezen met uitzonderingen voor bepaalde groepen. De rechtbank bevestigde deze afwijzing, maar het hoger beroep stelde dat deze aanwijzing niet strookt met de EU Procedurerichtlijn, zoals bevestigd in het arrest Alace van het Hof van Justitie.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de aanwijzing van Senegal als veilig land van herkomst met uitzonderingen niet verenigbaar is met de Procedurerichtlijn, waardoor artikel 3.37f, vierde lid, van het VV 2000 onverbindend is. De Afdeling vernietigde daarom het besluit van de minister en de uitspraak van de rechtbank.
Ondanks de vernietiging blijft het besluit in stand op basis van een andere grondslag voor kennelijk ongegrondheid wegens inconsequente en tegenstrijdige verklaringen van appellant. De Afdeling concludeerde dat appellant niet benadeeld is door de versnelde procedure, omdat hij voldoende gelegenheid heeft gehad zijn verhaal te doen.
De minister is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten. De uitspraak verduidelijkt de gevolgen van het arrest Alace voor de Nederlandse asielprocedure en de toepassing van de versnelde procedure bij veilige landen van herkomst.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit en de uitspraak worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.