ECLI:NL:RBDHA:2026:16091
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Spanje
Verzoeker, een Algerijnse nationaliteit hebbende asielzoeker, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie van 13 maart 2026, waarin zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling werd genomen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag op grond van de Dublinverordening.
Tegelijkertijd heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak gedaan zonder zitting.
De voorzieningenrechter verwijst naar een gelijktijdige uitspraak (zaaknummer NL26.14287) waarin het beroep van verzoeker niet-ontvankelijk is verklaard, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Om die reden wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter R. Tesfai en openbaar gemaakt op 15 juni 2026. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het onderliggende beroep niet-ontvankelijk is verklaard.