ECLI:NL:RBDHA:2026:16125
Rechtbank Den Haag
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Minister moet nieuwe belangenafweging maken bij afwijzing machtiging voorlopig verblijf
Eiseres heeft een aanvraag gedaan voor een machtiging tot voorlopig verblijf die door de minister is afgewezen. Na eerdere procedures en een uitspraak van de zittingsplaats Haarlem die de minister opdroeg een nieuwe belangenafweging te maken, heeft de minister een nieuw besluit genomen. De rechtbank constateert dat dit besluit onvoldoende is gemotiveerd en dat de minister factoren heeft meegewogen die volgens eerdere uitspraken geen rol mogen spelen.
De rechtbank stelt vast dat de minister de motivering slechts oppervlakkig heeft aangepast en daarmee niet heeft voldaan aan de opdracht van de zittingsplaats Haarlem. Belangrijke omstandigheden, zoals de deplorabele situatie van Syrische vluchtelingen in Turkije en de medische toestand van eiseres en haar referent, zijn onvoldoende meegewogen. Ook is ten onrechte meegewogen dat eiseres een dochter in Turkije heeft die voor haar zou kunnen zorgen.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en geeft de minister zes weken de tijd om de gebreken te herstellen door een nieuwe belangenafweging te maken. Hierbij moet de minister rekening houden met de eerdere uitspraak van de zittingsplaats Haarlem. De rechtbank houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en beveelt de minister een nieuwe belangenafweging te maken en een nieuw besluit te nemen.