ECLI:NL:RBDHA:2026:16126
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, met de Guinese nationaliteit, diende op 27 november 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Nederland stelde vast dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening, omdat eiser eerder een Schengenvisum van Duitsland had. Nederland verzocht Duitsland meerdere keren om overname, waarbij het tweede verzoek uiteindelijk werd geaccepteerd.
Verweerder nam de asielaanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is. Eiser voerde aan dat verweerder het Duitse claimakkoord niet zonder verificatie had mogen accepteren en dat hij vanwege ernstige medische en psychische problemen niet aan Duitsland overgedragen mag worden, verwijzend naar het arrest Tarakhel en het arrest C.K.
De rechtbank oordeelde dat verweerder geen onderzoeksplicht had na acceptatie van het claimverzoek en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt. De medische stukken van eiser boden onvoldoende bewijs dat overdracht aan Duitsland zou leiden tot onmenselijke behandeling of een aanzienlijke verslechtering van zijn gezondheid. Ook was er geen reden om de discretionaire bevoegdheid van artikel 17 Dublinverordening Pro toe te passen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter A. Hello op 19 mei 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.