Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
on;
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De op te leggen straf en maatregel
Aangezien de verdachte nauwelijks meer pedagogisch beïnvloedbaar is, heeft een pedagogische aanpak onvoldoende effect. Toepassing van het jeugdstrafrecht ligt daarom niet in de rede. De beperkte leerbaarheid van de verdachte en zijn gedragsproblematiek maken een intensieve aanpak met een dwingend karakter noodzakelijk. De interventies die tot op heden zijn ingezet hebben niet tot een verbetering geleid. Om het recidiverisico zo veel mogelijk te beperken en behandeling te waarborgen, is het noodzakelijk om een behandeling in te zetten in een klinische setting met een hoog beveiligingsniveau. Gelet daarop wordt geadviseerd om aan de verdachte een tbs-maatregel met dwangverpleging op te leggen. Een tbs-maatregel met voorwaarden is te licht, ook vanwege de kans op onttrekking als gevolg van gebrek aan motivatie bij de verdachte. Hoewel een tbs-maatregel met voorwaarden kan worden omgezet in een tbs-maatregel met dwangverpleging als de verdachte zich niet aan de voorwaarden houdt, wordt dit, ook gelet op de vertraging die dit zal meebrengen, niet in het belang van de verdachte geacht.
Pedagogische beïnvloeding is niet meer haalbaar. Voor hetgeen noodzakelijk is om in te zetten, zijn binnen het jeugdstrafrecht geen mogelijkheden. Geadviseerd wordt daarom om het volwassenstrafrecht toe te passen.
De verdachte wordt weliswaar niet met toepassing van het jeugdstrafrecht berecht, maar dat laat onverlet dat de rechtbank wel aanleiding ziet rekening te houden met de jeugdige leeftijd van de verdachte. Ook houdt de rechtbank in strafmatigende zin rekening met het feit dat het bewezenverklaarde in verminderde mate aan de verdachte kan worden toegerekend. In het nadeel van de verdachte weegt de rechtbank mee dat er sprake is van recidive en dat hij het bewezenverklaarde heeft begaan tijdens een lopende proeftijd. Daarnaast weegt de rechtbank in strafverzwarende zin mee dat de verdachte slechts in beperkte mate heeft verklaard over het bewezenverklaarde en dat de mate waarin hij verantwoordelijkheid neemt voor zijn gedrag, vrijwel nihil is. Hoewel de verdachte ter zitting spijt heeft betuigd, heeft hij desgevraagd ook te kennen gegeven dat die spijt voornamelijk ziet op de gevolgen die na de explosie voor hem zelf zijn opgetreden.
7.De vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De vordering tot tenuitvoerlegging
9.De toepasselijke wetsartikelen
10.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
24 (VIERENTWINTIG) MAANDEN;
de terbeschikkingstellingvan verdachte, met
verpleging van overheidswege;
€ 2.943,-vanaf 15 augustus 2025 en over € 24.340,96 vanaf 28 augustus 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;