ECLI:NL:RBDHA:2026:16162
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling afgewezen
De minister van Asiel en Migratie heeft op 2 februari 2026 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft tegen het voortduren van deze maatregel beroep ingesteld en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank heeft het onderzoek gesloten op 9 juni 2026 zonder zitting. Uit eerdere uitspraken van 11 februari 2026 en 16 april 2026 blijkt dat de maatregel tot dat moment rechtmatig was. De beoordeling richt zich daarom op de periode na 16 april 2026.
Eiser stelde dat verweerder geen actuele voortgangsrapportage had verstrekt, maar de rechtbank constateerde dat dit een vergissing was. Verweerder heeft op 8 juni 2026 een recent rapport overgelegd waaruit blijkt dat voldoende voortvarend is gewerkt aan de uitzetting van eiser naar Algerije.
De rechtbank oordeelt dat de maatregel niet onrechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.