ECLI:NL:RBDHA:2026:16177
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen handhaving twv-plicht verblijfssticker zelfstandige kunstenaar
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om de verblijfssticker met de arbeidsaantekening dat een tewerkstellingsvergunning (twv) vereist is, te handhaven. Zij betoogt dat zij door deze twv-plicht schade heeft geleden, onder meer door het mislopen van een solotentoonstelling in het buitenland en door gemaakte kosten.
De rechtbank heeft onderzocht of eiseres nog procesbelang heeft nu zij inmiddels een verblijfsvergunning onder de beperking 'arbeid als zelfstandige' heeft ontvangen. Procesbelang vereist dat aannemelijk wordt gemaakt dat schade is geleden als gevolg van het bestreden besluit.
Uit de stukken blijkt dat de galerie die de tentoonstelling organiseerde geen opdrachtgever was in de zin van de werkinstructie, omdat zij geen specifieke opdrachten gaf maar slechts een presentatie faciliteerde. Hierdoor was voor deze werkzaamheden geen twv vereist en kan het mislopen van de tentoonstelling niet aan het besluit worden toegerekend. Ook heeft eiseres onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij door de twv-plicht ernstig in haar beroepsuitoefening is beperkt of dat haar overige kosten verband houden met het besluit.
De rechtbank concludeert dat eiseres geen procesbelang heeft en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Hierdoor komt de rechtbank niet toe aan inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden en krijgt eiseres geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.