ECLI:NL:RVS:2025:2424
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- J. Schipper-Spanninga
- N.H. van den Biggelaar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeldigverklaring rijbewijs wegens niet meewerken aan onderzoek naar rijgeschiktheid
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) verklaarde het rijbewijs van appellant ongeldig omdat hij niet voldoende meewerkte aan een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid na een positieve speekseltest op drugsgebruik en een bloedonderzoek met 13 microgram THC per liter bloed.
Appellant verzette zich tegen deze beslissing en voerde onder meer aan dat hij wel degelijk medewerking had verleend, dat de psychologe die de intake deed onterecht het onderzoek staakte vanwege zijn gedrag, en dat het CBR onzorgvuldig had gehandeld door niet alle relevante stukken te overleggen en niet te onderzoeken of de informatie van Rijbewijsbelang betrouwbaar was.
De rechtbank oordeelde dat het CBR terecht het rijbewijs ongeldig had verklaard en dat appellant onvoldoende meewerkte aan het onderzoek. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dit oordeel en wijst de overige bezwaren van appellant af, waaronder het verzoek om de psychologe als getuige te horen en het betoog dat het CBR een educatieve maatregel had moeten aanbieden.
Hoewel appellant inmiddels weer rijgeschikt is verklaard, heeft hij belang bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep vanwege de geleden schade door het rijverbod. De Afdeling concludeert dat het CBR terecht tot ongeldigverklaring van het rijbewijs is overgegaan en dat de procedure zorgvuldig is verlopen, ondanks dat het CBR de nadere vragen aan Rijbewijsbelang pas na het besluit stelde.
Uitkomst: De ongeldigverklaring van het rijbewijs wegens onvoldoende medewerking aan het rijgeschiktheidsonderzoek wordt bevestigd.