ECLI:NL:RBDHA:2026:1621
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens vrijwillig vertrek en intrekking asielprocedure
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag, nadat hij de minister in gebreke had gesteld. De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig was en het onderzoek gesloten zonder zitting.
De rechtbank stelt vast dat eiser op 25 maart 2024 zijn aanvraag indiende en op 4 oktober 2025 de ingebrekestelling aan de minister verstuurde. Op 26 oktober 2025 stelde hij beroep in wegens het uitblijven van een beslissing. De minister heeft geen verweerschrift ingediend.
Op 28 november 2025 heeft eiser een verklaring van vrijwillig vertrek overgelegd, waarin hij aangeeft Nederland te hebben verlaten en instemt met het beëindigen van openstaande procedures voor een verblijfstitel. Hierdoor ontbreekt het aan procesbelang voor het beroep.
De rechtbank concludeert dat het beroep niet-ontvankelijk is en dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas en griffier D.J. Deitz.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na vrijwillig vertrek uit Nederland.