ECLI:NL:RBDHA:2026:16229
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid homoseksuele gerichtheid
Eiser, een Marokkaanse man die vanwege zijn homoseksuele gerichtheid asiel aanvraagt, vordert bescherming tegen terugkeer naar Marokko uit vrees voor vervolging. De minister van Asiel en Migratie heeft de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat eiser onvoldoende geloofwaardig is bevonden, met name vanwege het ontbreken van onderbouwing van zijn seksuele gerichtheid en het niet tijdig indienen van de aanvraag.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening behandeld en oordeelt dat de minister de geloofwaardigheidsbeoordeling zorgvuldig en in overeenstemming met het Unierecht heeft uitgevoerd. De rechtbank stelt vast dat eiser geen verschoonbare reden heeft voor het late indienen van de aanvraag en dat hij onvoldoende bewijs heeft geleverd ter onderbouwing van zijn relatie en seksuele gerichtheid.
De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond. Tevens wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen, en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.