Eiseres, met een indicatie voor zorgprofiel VG Wonen met intensieve begeleiding en verzorging, vroeg op 1 december 2023 meerzorg aan bij het Zorgkantoor. Het Zorgkantoor wees de aanvraag af op inhoudelijke gronden, ondanks een overgangsregeling voor 2024. Eiseres stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank oordeelt dat het Zorgkantoor de aanvraag niet op een juiste wijze heeft beoordeeld. De beoordeling is niet inzichtelijk, niet controleerbaar en onnavolgbaar, omdat het Zorgkantoor geen gekwantificeerde vergelijking maakte tussen de zorgbehoefte van eiseres en het zorgprofiel, maar zich baseerde op een algemene beschrijving en het advies van het Zorginstituut Nederland.
De rechtbank verwijst naar de wetsgeschiedenis en recente jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep, die onduidelijkheden in de regelgeving over meerzorg benadrukken. De rechtbank stelt dat het Zorgkantoor een nieuw onderzoek moet doen waarbij de zorgbehoefte in uren wordt vastgesteld en vergeleken met het zorgprofiel, waarna een nieuw besluit moet worden genomen. Tevens wordt het Zorgkantoor veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiseres.
De uitspraak benadrukt het belang van een transparante, toetsbare en gekwantificeerde beoordeling van meerzorgaanvragen, en wijst op het ontbreken van duidelijke kaders in de huidige regelgeving. De rechtbank wijst een bestuurlijke lus af en legt de verantwoordelijkheid voor een nieuw besluit bij het Zorgkantoor.