Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 30 januari 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Samenvatting
.Eiser krijgt in zoverre gelijk en het beroep is gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Inleiding en procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
LG 6 zou kunnen worden voorzien. In het juridisch advies overweegt het ZiN dat bij eiser geen sprake is van een bijzondere zorgbehoefte, waardoor er geen grond is voor toekenning van meerzorg. Het ZiN merkt op dat voor zover het bewegen niet als behandeling maar als begeleiding dan wel verzorging moet worden aangemerkt, eiser dit vanuit zijn pgb kan bekostigen.
responstijd van 30 minuten voldoende is.
19 oktober 2023 dat de huidige regelgeving over meerzorg onvoldoende duidelijk is. Volgens eiser is de behoefte aan zorg bepalend bij de vraag of sprake is van meerzorg. Daarvoor moet een vergelijking worden gemaakt tussen het aantal uren aan zorg op basis van het zorgprofiel en de daadwerkelijk benodigde zorg. De door het Zorgkantoor genoemde ‘bijzondere zorgbehoefte’ is geen vereiste. Uit de toelichting op artikel 5.1e van de Regeling langdurige zorg (Rlz) volgt volgens eiser dat als de EKT-toeslag niet toereikend is, sprake is van een uitzonderlijk hoge zorgvraag. Daarnaast is er sprake van rechtsonzekerheid, omdat voor eiser niet controleerbaar is hoe het Zorgkantoor de beoordeling maakt. Eiser stelt zich verder op het standpunt dat de specifieke deskundigheid van de medisch adviseur van het ZiN niet bekend is. Dit is in strijd met de te betrachten zorgvuldigheid.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- bepaalt dat het Zorgkantoor het door eiser betaalde griffierecht van € 53,- vergoedt.
uitspraak ondertekend door de oudste rechter
Informatie over hoger beroep
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels en wetsgeschiedenis
Eerste lid: