ECLI:NL:RBDHA:2026:16261
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens internationale bescherming in Zweden
Eiser diende op 18 augustus 2025 een asielaanvraag in, die de minister op 1 december 2025 niet-ontvankelijk verklaarde omdat eiser reeds internationale bescherming geniet in Zweden sinds 16 december 2016. Eiser betwistte dit en voerde aan dat zijn verblijfsdocument in Zweden was verlopen en dat de minister onvoldoende onderzoek had gedaan naar zijn situatie.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht afging op het Eurodac-systeem, dat geen aanwijzingen geeft dat de beschermingsstatus is ingetrokken. De band van eiser met Zweden is sterker dan met Nederland, mede vanwege zijn langdurig verblijf, onderwijs en sociaal netwerk in Zweden. Het beroep op artikel 3 EVRM Pro wordt verworpen omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de medische zorg in Zweden tekortschiet.
De rechtbank bevestigt dat de minister niet ambtshalve hoefde te toetsen aan artikel 64 Vw Pro omdat de aanvraag op grond van artikel 30a Vw niet-ontvankelijk is verklaard. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag blijft afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag wegens internationale bescherming in Zweden.