ECLI:NL:RBDHA:2026:16271
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking besluit minister
Verzoekster had beroep en een verzoek om voorlopige voorziening ingesteld tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie van 24 maart 2025. Dit beroep is ingetrokken nadat de minister het bestreden besluit op 28 april 2026 heeft ingetrokken. Verzoekster vorderde daarop een veroordeling van de minister in de proceskosten.
De rechtbank heeft de minister in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om proceskostenveroordeling, waarop de minister heeft gereageerd. De rechtbank heeft vervolgens zonder zitting uitspraak gedaan.
De kern van de beoordeling was of de intrekking van het besluit een tegemoetkoming aan verzoekster vormde. De minister stelde dat de intrekking het gevolg was van een besluit- en vertrekmoratorium voor Iran, een veranderde omstandigheid. De rechtbank volgde deze uitleg en oordeelde dat een intrekking op grond van een veranderde omstandigheid geen tegemoetkoming inhoudt.
Daarom wees de rechtbank het verzoek om proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter T.M. Weeda en griffier F.E. Siblesz, en is onherroepelijk.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af omdat de intrekking van het besluit geen tegemoetkoming aan verzoekster inhoudt.