ECLI:NL:RBDHA:2026:16288
Rechtbank Den Haag
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over afgeleid verblijfsrecht op grond van artikel 20 VWEU na arrest Safi
Eiseres, moeder van een Nederlandse minderjarige zoon, verzocht om een afgeleid verblijfsrecht op grond van artikel 20 VWEU Pro. Dit verzoek werd door verweerder afgewezen omdat eiseres een verblijfsrecht in Spanje bezit. De rechtbank stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie, dat op 4 juni 2026 in het arrest Safi nadere verduidelijkingen gaf over de toepassing van artikel 20 VWEU Pro.
Op basis van het arrest Safi moet verweerder nader onderzoek doen naar de mogelijkheid van voortzetting van het gezinsleven in Spanje en de belangen van het kind. De rechtbank voert regie over dit onderzoek en draagt verweerder op om eiseres nader te horen en de actuele situatie te onderzoeken, waaronder het verblijfsrecht in Spanje en de situatie van het kind en het gezin.
Eiseres en haar echtgenoot wonen sinds de geboorte van hun zoon samen in Nederland en zorgen gezamenlijk voor hem. De zoon volgt speciaal onderwijs en heeft een spraak- en taalachterstand. Verweerder erkent dat de eerdere beoordeling onvolledig was en wil nader onderzoek verrichten. De rechtbank houdt de behandeling van het beroep aan om partijen in de gelegenheid te stellen aan de tussenuitspraak te voldoen en verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek om afgeleid verblijfsrecht af en draagt verweerder op nader onderzoek te verrichten conform arrest Safi, waarna verdere beslissing wordt aangehouden.