ECLI:NL:RBDHA:2026:16472
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroep na bezwaar
In deze zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag op 18 juni 2026 uitspraak gedaan over een verzoek om voorlopige voorziening van verzoeker tegen de afwijzing van zijn aanvraag. De minister van Asiel en Migratie had op 14 april 2026 een besluit genomen op het bezwaarschrift van verzoeker. Verzoeker heeft echter geen beroep ingesteld tegen deze beslissing.
Omdat het verzoek om voorlopige voorziening werd gedaan terwijl het bezwaar nog liep, en inmiddels een besluit op het bezwaar is genomen, moest verzoeker beroep instellen om aan het connexiteitvereiste te voldoen. Verzoeker heeft dit nagelaten, waardoor het verzoek niet langer ontvankelijk is.
De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard en het griffierecht niet teruggegeven. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroep na het besluit op bezwaar.