ECLI:NL:RBDHA:2026:16487
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende motivering veiligheidssituatie Syrië
Eiser heeft op 21 februari 2024 een verblijfsvergunning asiel aangevraagd, welke door de minister op 27 januari 2026 werd afgewezen. De rechtbank oordeelt dat de minister zijn standpunt over de veiligheidssituatie in Syrië onvoldoende heeft gemotiveerd, waardoor onduidelijk blijft of eiser een reëel risico op ernstige schade loopt bij terugkeer.
De minister baseerde zijn afwijzing op het Algemeen Ambtsbericht Syrië van januari 2026, waarin een dalende trend in geweldsincidenten wordt geschetst. Eiser stelde dat hij vanwege zijn minder strenge religieuze opvattingen en verwestering risico loopt, maar dit werd niet concreet onderbouwd en het overgelegde rapport was niet van toepassing.
De rechtbank sluit zich aan bij eerdere uitspraken waarin is geoordeeld dat humanitaire omstandigheden en willekeurig geweld in Syrië onvoldoende zijn betrokken bij de beoordeling. De minister heeft onvoldoende rekening gehouden met deze omstandigheden en moet een nieuw besluit nemen.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, draagt de minister op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen en veroordeelt de minister tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende motivering van de veiligheidssituatie in Syrië en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen.