ECLI:NL:RBDHA:2026:16490
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen buiten behandeling stelling aanvraag uitstel van vertrek wegens onvolledige medische gegevens
Eiser heeft meerdere keren uitstel van vertrek aangevraagd op grond van zijn medische situatie, waaronder een ernstige nieraandoening en HIV. De minister heeft deze aanvragen herhaaldelijk buiten behandeling gesteld vanwege het ontbreken van volledige medische informatie die noodzakelijk is voor een inhoudelijke beoordeling door het Bureau Medische Advisering (BMA).
De rechtbank oordeelt dat het aan eiser is om alle benodigde medische gegevens te overleggen, waaronder antwoorden op zes vragen van het BMA van drie behandelaars. Eiser heeft onvoldoende informatie aangeleverd; sommige documenten ontbraken namen of ondertekeningen, en van twee behandelaars ontving de minister slechts een diagnoseformulier, wat niet volstaat.
Hoewel eiser stelt dat de minister te formalistisch is geweest en dat het BMA op basis van de beschikbare informatie een advies had kunnen uitbrengen, volgt de rechtbank dit niet. Het BMA heeft meer gedetailleerde informatie nodig over de aard van de behandeling en medicatie. De stelling van eiser dat hij de informatie niet kon verkrijgen wegens verlies door het ziekenhuis is onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat de minister de aanvraag terecht buiten behandeling heeft gesteld. Eiser krijgt geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding. Het staat eiser vrij een nieuwe, volledige aanvraag in te dienen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de minister de aanvraag om uitstel van vertrek terecht buiten behandeling heeft gesteld wegens onvolledige medische gegevens.