ECLI:NL:RBDHA:2026:16565
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en medische situatie
Eiser diende op 14 december 2025 een asielaanvraag in die door de minister op 31 maart 2026 niet in behandeling werd genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Eiser betwist dit en voert aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet mag worden toegepast vanwege zijn medische situatie en persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank stelt vast dat Nederland terecht mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Frankrijk, aangezien er geen sprake is van structurele tekortkomingen in het Franse opvang- en zorgsysteem. De persoonlijke ervaringen van eiser rechtvaardigen geen afwijking van dit beginsel. Ook de medische situatie van eiser, waaronder PTSS en chronische pijnklachten, leidt niet tot de conclusie dat overdracht aan Frankrijk aanzienlijke en onomkeerbare gezondheidsgevolgen zal hebben.
Verder oordeelt de rechtbank dat de minister terecht geen toepassing heeft gegeven aan artikel 17 van Pro de Dublinverordening, omdat de medische zorg in Frankrijk beschikbaar en toegankelijk is en de regeling niet bedoeld is om verblijf bij een partner in Nederland mogelijk te maken. Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.