Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende persoon, werd op 6 juni 2026 aangehouden en vervolgens op 8 juni 2026 vreemdelingenrechtelijk in bewaring gesteld. Hij stelde dat de vrijheidsontneming onrechtmatig was omdat het strafrechtelijke traject was beëindigd en dat de maatregel onvoldoende was gemotiveerd.
De rechtbank oordeelde dat de beoordeling zich beperkt tot de vreemdelingenrechtelijke bewaring vanaf 8 juni 13:00 uur en dat het eerdere strafrechtelijke voortraject niet ter beoordeling stond. Verweerder had de maatregel gebaseerd op artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000, met voldoende gronden waaronder het illegaal binnenkomen en onderduiken van eiser.
De rechtbank vond de motivering van de maatregel toereikend, ook met betrekking tot de gezondheidssituatie van eiser, die geen aanleiding gaf tot een lichter middel. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.