ECLI:NL:RBDHA:2026:16592
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij Dublinverordening
Eiser had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister niet in behandeling werd genomen op grond van de Dublinverordening, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de aanvraag. De rechtbank behandelde het beroep op 9 juni 2026, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen.
De minister meldde dat eiser op 1 mei 2026 met onbekende bestemming was vertrokken. De gemachtigde van eiser stelde dat er wel procesbelang was omdat eiser gevlucht was vanuit Duitsland vanwege familie die hem naar Syrië wilde terugsturen. De rechtbank overwoog dat bij vertrek met onbekende bestemming zonder mededeling van verblijfplaats, in beginsel wordt aangenomen dat eiser geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland.
Gezien het ontbreken van contact en het niet verschijnen ter zitting, concludeerde de rechtbank dat eiser geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij beoordeling van het besluit. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en deed geen inhoudelijke beoordeling. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.