ECLI:NL:RBDHA:2026:16594
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Letland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Letland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep op 9 juni 2026 behandeld en beoordeelt dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Letland. Eiser heeft onvoldoende concrete en recente aanwijzingen overlegd die aantonen dat Letland zijn internationale verplichtingen niet nakomt, zoals structurele tekortkomingen in de asielprocedure of opvangvoorzieningen die een schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro opleveren.
Ook het beroep van eiser op het arrest Tarakhel en zijn status als bijzonder kwetsbare asielzoeker is onvoldoende onderbouwd. Medische stukken tonen wel klachten, maar niet dat hij zonder aanvullende garanties geen adequate zorg in Letland zal ontvangen. De minister hoefde daarom geen aanvullende garanties te vragen.
Verder is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de minister op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening de aanvraag aan zich had moeten trekken wegens bijzondere omstandigheden. De medische documenten tonen geen actieve behandeling door een medisch specialist of een reëel risico op ernstige achteruitgang van de gezondheid. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aanvraag blijft niet in behandeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.