ECLI:NL:RBDHA:2026:16609
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen vrijheidsbeperkende maatregel wegens ontbreken procesbelang
De minister van Asiel en Migratie legde op 16 april 2026 aan eiser een vrijheidsbeperkende maatregel op op grond van artikel 56 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel, maar diende de gronden van het beroep te laat in, namelijk op 7 mei 2026, terwijl de termijn op 5 mei 2026 was verstreken.
De rechtbank behandelde het beroep op 8 mei 2026, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen. Hoewel de termijnoverschrijding beperkt was en de minister nog tijdig kon reageren, stelde de rechtbank vast dat procesbelang ontbrak. Dit omdat eiser zich niet had gemeld op de vrijheidsbeperkende locatie en de maatregel nooit ten uitvoer was gelegd. Bovendien had de minister de maatregel met terugwerkende kracht per 6 mei 2026 opgeheven.
Eiser betwistte deze feiten niet en stelde ook geen schadevergoeding of proceskostenvergoeding. De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk en wees een vergoeding van proceskosten af. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.