Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:16615

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 juni 2026
Publicatiedatum
19 juni 2026
Zaaknummer
NL26.18080
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-procedure tegen niet-behandeling asielaanvraag

Verzoekster heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Kroatië volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening en het beroep op 11 juni 2026 behandeld in een openbare zitting te Groningen, waarbij verzoekster, haar gemachtigde, de gemachtigde van de minister en een tolk aanwezig waren. Na sluiting van het onderzoek heeft de voorzieningenrechter op 19 juni 2026 uitspraak gedaan.

De voorzieningenrechter oordeelt dat nu het beroep is behandeld en uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer nodig is en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep gelijktijdig is behandeld en uitspraak is gedaan.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.18080

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoekster,

V-nummer: [v-nummer:],
alsmede namens haar minderjarige kinderen,

[naam],

V-nummer: [v-nummer:],

[naam],

V-nummer: [v-nummer:],

[naam],

V-nummer: [v-nummer:],
(gemachtigde: mr. M.R. van der Pol),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. M.P. Gaal - De Groot).

Inleiding

1. De minister heeft verzoeksters aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met het bestreden besluit van 31 maart 2026 niet in behandeling genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de aanvraag.
1.1.
Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek tegelijk met het beroep [1] , op 11 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van de minister. Ook was er een tolk aanwezig. De voorzieningenrechter heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2
.Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Strating, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Dit beroep staat geregistreerd onder zaaknummer: NL26.18079.