ECLI:NL:RBDHA:2026:16640
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeerbesluit minister inzake tijdelijke bescherming Oekraïne
Eiser, een Pakistaanse derdelander die tijdelijk verblijft in Nederland op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) vanwege de invasie in Oekraïne, betwist het terugkeerbesluit van de minister van 28 juli 2025. Dit besluit beëindigt zijn verblijfsrecht per 4 maart 2024, ondanks een bevriezingsmaatregel die verblijf tot 4 september 2025 toestaat.
De rechtbank oordeelt dat het terugkeerbesluit niet prematuur is, mede gelet op het arrest Kaduna en Abkez van het Hof van Justitie van de EU en bevestiging door de Afdeling bestuursrechtspraak. De bevriezingsmaatregel betekent geen verlenging van het verblijfsrecht in de zin van de Terugkeerrichtlijn. Eiser kan een aanvraag indienen op grond van artikel 8 EVRM Pro, maar dit staat niet in de weg aan het terugkeerbesluit.
Verder wijst de rechtbank het beroep af dat de minister geen individuele belangenafweging heeft gemaakt en dat de SIS-registratie onterecht is. Het beroep tegen het eerdere terugkeerbesluit van 7 februari 2024 wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat dit besluit is vervangen. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 934,-.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit van 28 juli 2025 is ongegrond verklaard en eiser moet terugkeren naar Pakistan.