ECLI:NL:RBDHA:2026:16642
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Visumaanvraag afgewezen wegens onvoldoende motivering en schending hoorplicht
Eiseres diende op 27 april 2025 een visumaanvraag in voor kort verblijf om haar zus te bezoeken. De minister wees de aanvraag op 15 mei 2025 af wegens twijfel over het voornemen van eiseres om tijdig terug te keren naar Iran. Het bezwaar van eiseres werd op 22 september 2025 eveneens afgewezen. Eiseres stelde dat de minister onvoldoende sociale en economische binding met Iran had gemotiveerd.
De rechtbank oordeelde dat de minister de afwijzing ondeugdelijk had gemotiveerd. De minister had onvoldoende rekening gehouden met het feit dat eiseres met haar minderjarige zoon naar Nederland wilde reizen terwijl haar echtgenoot in Iran bleef, en dat zij werkzaam was in het bedrijf van haar echtgenoot met regelmatige inkomsten. Daarnaast werd vastgesteld dat de minister de hoorplicht had geschonden door eiseres niet te horen in bezwaar, terwijl dit wel had gemoeten.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg de minister op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen na het horen van eiseres. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de visumaanvraag wegens ondeugdelijke motivering en schending van de hoorplicht en draagt op tot een nieuw besluit na hoorzitting.