ECLI:NL:RBDHA:2026:16643
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag op grond van de Dublinverordening.
De minister had de overdrachtstermijn verlengd en Nederland had een verzoek tot terugname aan Duitsland gedaan, dat door Duitsland was aanvaard. De rechtbank behandelde het beroep op zitting, waarbij eiser en zijn gemachtigde zich hadden afgemeld.
De rechtbank oordeelde dat eiser voldoende procesbelang had, ondanks de afmelding, omdat er nog contact was tussen eiser en zijn gemachtigde na de MOB-melding en geen aanwijzingen waren dat eiser geen belang meer had bij de procedure.
Eiser voerde aan dat zijn familie en partner in Nederland verblijven en dat overdracht aan Duitsland ernstige psychische gevolgen zou hebben. De rechtbank vond echter dat eiser deze bijzondere omstandigheden onvoldoende had onderbouwd met medische documenten of concrete gegevens over zijn familie en relatie.
De minister had daarom terecht besloten de aanvraag niet aan zich te trekken. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Duitsland blijft gehandhaafd.