ECLI:NL:RBDHA:2026:1674
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen Colombiaanse familie wegens ongeloofwaardigheid bedreigingen en onvolledig bewijs
Eisers, een Colombiaanse familie, vroegen asiel aan in Nederland vanwege bedreigingen door een oom en vrees voor vervolging door guerrilla's. De minister wees de aanvragen af wegens onvoldoende bewijs en ongeloofwaardigheid van de bedreigingen.
De rechtbank behandelde het beroep na meerdere zittingen en een schorsing in afwachting van een uitspraak over geloofwaardigheidsbeoordeling. Eisers stelden dat het nieuwe voornemen van de minister onduidelijk was en dat de geloofwaardigheidsbeoordeling te beperkt was, maar de rechtbank verwierp deze bezwaren.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht de bedreigingen ongeloofwaardig achtte, mede vanwege het ontbreken van bewijs van aangifte en tegenstrijdigheden in verklaringen over verblijf van familieleden. Ook werd het ontlopen van de Dublinprocedure en het verzwijgen van illegaal verblijf van ouders meegewogen.
De rechtbank concludeerde dat de minister de aanvragen terecht als ongegrond heeft afgewezen en verklaarde de beroepen ongegrond. Eisers krijgen geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter S.G.M. van Veen op 9 januari 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvragen.