Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag inzake de hoogte van de toegekende tegemoetkoming voor planschade en deskundigenkosten, alsmede tegen de afwijzing van hun verzoek om nadeelcompensatie. De rechtbank oordeelt dat het college het verzoek om nadeelcompensatie terecht heeft afgewezen, omdat eisers hun verloren gegane bouwmogelijkheden hebben teruggekregen via een nieuw bestemmingsplan.
De zaak is behandeld samen met vergelijkbare zaken, waarbij de rechtbank verwijst naar een andere uitspraak voor een uitgebreide motivering van de beroepsgronden. Het advies van de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken (SAOZ) en de taxatie van de directe planschade zijn overgenomen door het college, dat een tegemoetkoming in natura en een vergoeding voor deskundigenkosten heeft toegekend.
De rechtbank constateert een overschrijding van de redelijke termijn van 25 maanden, waarvoor een schadevergoeding wordt toegekend aan eisers. Het college wordt veroordeeld tot betaling van €1.300,- en de Staat tot €1.200,-. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en eisers krijgen het griffierecht niet terug.