Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag inzake de hoogte van de tegemoetkoming voor planschade en deskundigenkosten, alsmede tegen de afwijzing van hun verzoek om nadeelcompensatie. De rechtbank oordeelt dat het college het verzoek om nadeelcompensatie terecht heeft afgewezen, omdat eisers hun verloren gegane bouwmogelijkheden hebben teruggekregen via een nieuw bestemmingsplan.
De zaak is behandeld samen met vergelijkbare zaken en de rechtbank verwijst voor een uitgebreide motivering naar een andere uitspraak. Het college heeft een tegemoetkoming toegekend voor directe planschade van €60.500,- en deskundigenkosten van €1.500,-. Het bestemmingsplan is onherroepelijk geworden, waardoor geen sprake is van indirecte planschade.
Eisers vorderen daarnaast een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van de bestuursprocedure. De rechtbank stelt vast dat de procedure 48 maanden heeft geduurd, wat 24 maanden langer is dan de redelijke termijn van twee jaar. Eisers krijgen daarom een vergoeding van €2.000,-, waarvan €1.000,- door het college en €1.000,- door de Staat wordt betaald.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, handhaaft het bestreden besluit en veroordeelt het college en de Staat tot betaling van de schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het griffierecht wordt niet teruggegeven, maar proceskosten worden deels vergoed vanwege de samenhang met andere zaken.