Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 5 januari 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,
de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid).
Samenvatting
.Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt het college tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 1.300,-;
- veroordeelt de Staat tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 1.200,-.