Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag inzake de hoogte van de toegekende tegemoetkoming voor planschade en deskundigenkosten, alsmede tegen de afwijzing van hun verzoek om nadeelcompensatie.
De rechtbank oordeelt dat het college het verzoek om nadeelcompensatie terecht heeft afgewezen omdat eisers hun verloren gegane bouwmogelijkheden hebben teruggekregen via een nieuw bestemmingsplan. De toegewezen tegemoetkoming voor directe planschade en deskundigenkosten is gebaseerd op een taxatie en advies van de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken (SAOZ).
De rechtbank behandelt de zaak samen met vergelijkbare zaken en verwijst voor een uitgebreide motivering naar een andere uitspraak. Daarnaast is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van bezwaar en beroep met 24 maanden is overschreden, waarvoor eisers gezamenlijk een schadevergoeding van € 2.000,- toekomt, waarvan € 1.000,- door het college en € 1.000,- door de Staat wordt vergoed.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand, en eisers krijgen een vergoeding voor de overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank wijst het griffierecht af en behandelt de proceskostenvergoeding in samenhang met andere zaken.