ECLI:NL:RBDHA:2026:16908
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming van asielzoekster
Eiseres, van Burundese nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie werd afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank besloot de zaak zonder zitting af te doen, aangezien partijen hiermee instemden.
De minister meldde dat eiseres op 5 maart 2026 door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers was geregistreerd als met onbekende bestemming vertrokken (MOB). De gemachtigde van eiseres gaf aan geen contact meer met haar te hebben en niet te weten waar zij verblijft.
Op grond van vaste rechtspraak wordt aangenomen dat een vreemdeling die zonder kennisgeving vertrekt geen prijs meer stelt op bescherming. Omdat eiseres geen contact meer onderhoudt, heeft zij geen rechtens te beschermen belang meer bij haar beroep. De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk en ging niet in op de inhoudelijke gronden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres is niet-ontvankelijk verklaard omdat zij met onbekende bestemming is vertrokken en geen procesbelang meer heeft.