ECLI:NL:RBDHA:2026:16925
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen grensweigering op Schiphol
Verzoeker is op 19 juni 2026 op Schiphol aangekomen vanuit Lissabon en werd de toegang tot het Schengengebied geweigerd omdat hij de toegestane verblijfsduur had overschreden en niet beschikte over een geldig visum of verblijfsvergunning. Hij had zijn vlucht naar Mumbai gemist en beschikte niet over financiële middelen voor een nieuw ticket.
Verzoeker stelde dat hij zich al op Nederlands grondgebied bevond en dat de grensweigering daarom onterecht was. De minister voerde aan dat er geen spoedeisend belang was en dat het beroep geen redelijke kans van slagen had.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er wel sprake was van spoedeisend belang vanwege de dreiging van uitzetting op korte termijn, maar dat het beroep geen redelijke kans van slagen had omdat verzoeker niet voldeed aan de voorwaarden voor toegang tot het Schengengebied. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en bindt de rechtbank in het bodemgeding niet. Verzoeker krijgt geen proceskostenvergoeding en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de grensweigering is afgewezen wegens gebrek aan redelijke kans van slagen.