ECLI:NL:RBDHA:2026:16936
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij woningaanpassingen Wmo
Verzoeker diende op 17 februari 2026 een aanvraag in voor diverse woningaanpassingen, waaronder een verhoger voor koelkast en wasmachine, een bidetset, douchestoel en douchegordijnstang. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees dit verzoek op 3 maart 2026 af omdat deze voorzieningen algemeen gebruikelijk zijn en zonder compensatie vanuit de Wmo 2015 beschikbaar zijn.
Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 18 juni 2026 gaf verzoeker aan ernstige medische klachten te hebben en verzocht hij om het medisch passend maken van zijn woning of een tijdelijke andere woning. De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek om een andere woning buiten de reikwijdte van het bestreden besluit valt en niet kan worden beoordeeld.
De voorzieningenrechter stelde vast dat er geen sprake is van onverwijlde spoed die het treffen van een voorlopige voorziening noodzakelijk maakt. Ook was het niet aannemelijk dat het besluit evident onrechtmatig is. De bezwaarprocedure is nog gaande, waarbij nader medisch advies zal worden ingewonnen. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en geen evidente onrechtmatigheid.