ECLI:NL:RBDHA:2026:16948

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
22 juni 2026
Zaaknummer
SGR 26/2753
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Participatiewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening bij afwijzing bijstandsuitkering wegens ontbreken spoedeisend belang

Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag. Het college had haar aanvraag op 21 april 2026 afgewezen, waarna verzoekster bezwaar maakte.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 18 juni 2026 tijdens een mondelinge zitting, waarbij verzoekster niet aanwezig was maar de gemachtigde van het college wel. Uit de overgelegde bankafschriften van de bewindvoerder bleek dat verzoekster op 2 juni 2026 een salaris van €1.907,66 had ontvangen en op 15 juni 2026 nog een positief saldo had op haar rekening.

Gezien deze financiële situatie concludeerde de voorzieningenrechter dat er geen sprake was van een acute financiële nood en daarmee geen spoedeisend belang bestond. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 26/2753
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 juni 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster

en

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, het college

(gemachtigde: mr. L.J. van der Zwart).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen de afwijzing van haar aanvraag om een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet.
1.1.
Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 21 april 2026 afgewezen. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 18 juni 2026 op zitting behandeld. De gemachtigde van het college heeft deelgenomen. Verzoekster was niet aanwezig.
1.3.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Verzoekster heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een acute financiële nood. Verzoekster staat onder bewind. Blijkens de door de bewindvoerder overgelegde bankafschriften van de beheer- en leefrekening van verzoekster is er op 2 juni 2026 een bedrag van € 1.907,66 aan salaris bijgeschreven en op 15 juni 2026 is nog sprake van een positief saldo. De conclusie is dat het spoedeisend belang ontbreekt. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 juni 2026 door mr. M.M. Meessen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.J. Verspuij-Fung, griffier.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.