Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:17001

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 juni 2026
Publicatiedatum
23 juni 2026
Zaaknummer
NL25.40132
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken gezinsleven onder jongvolwassenenbeleid

Eiser, een jongvolwassene afkomstig uit Eritrea, diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familielid van zijn moeder, die in Nederland verblijft. De minister wees de aanvraag af omdat tussen eiser en zijn moeder geen gezinsleven bestond zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro en het jongvolwassenenbeleid niet van toepassing was.

Eiser voerde aan dat de scheiding niet vrijwillig was en dat hij in Uganda afhankelijk is van hulp, waardoor hij onder het jongvolwassenenbeleid zou moeten vallen. Tevens stelde hij dat hij in de bezwaarprocedure had moeten worden gehoord. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht aannam dat geen sprake was van gezinsleven, mede omdat er sinds 2016 geen contact was en eiser zelfstandig functioneerde in het buitenland.

De rechtbank vond dat de minister terecht afzag van het horen in bezwaar omdat dit geen ander besluit zou opleveren. Het beroep werd ongegrond verklaard, het griffierecht werd niet teruggegeven en proceskosten werden niet vergoed.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.40132

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. R.J.J. Flantua),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. W.M.A. van Hoof).

Inleiding en procesverloop

1. Referente heeft een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) ingediend voor eiser. Zij stelt dat eiser haar zoon is. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 15 oktober 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 28 juli 2025 op het bezwaar van eiser heeft de minister het bezwaar kennelijk ongegrond verklaard en is hij bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft een verweerschrift ingediend.
3. De rechtbank heeft het beroep op 1 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: referente, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.
4. De rechtbank beoordeelt het bestreden besluit aan de hand van de beroepsgronden die eiser heeft aangevoerd. Het beroep van eiser is ongegrond. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Beoordeling door de rechtbank

Feiten, besluitvorming en standpunt van eiser
5. Eiser is in 2016 op veertienjarige leeftijd vertrokken uit Eritrea. Hij is gevlucht naar Ethiopië en is later verder gevlucht naar Uganda.
5.1.
Referente heeft op 9 juni 2020 een asielvergunning in Nederland gekregen. Zij heeft op 19 september 2022 een aanvraag om een mvv ingediend voor eiser, met het verblijfsdoel ‘verblijf als familie- of gezinslid’.
5.2.
De minister heeft de aanvraag afgewezen omdat, voor zover hier van belang, tussen eiser en referente geen sprake is van familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 van Pro het EVRM. Eiser komt niet in aanmerking voor toepassing van het jongvolwassenenbeleid. Hierbij is van belang dat eiser en referente lange tijd geen contact met elkaar hebben gehad en dat eiser een grote mate van zelfstandigheid laat zien.
6. Eiser voert aan dat hij wel onder het jongvolwassenenbeleid valt. Hij wijst er in dit verband op dat hij en referente niet vrijwillig van elkaar gescheiden zijn geraakt, eiser is immers gevlucht. Eiser is daarna niet zelfstandiger geworden. In Uganda heeft hij geen werk en hij heeft hulp van anderen nodig om te overleven. Daarnaast voert eiser aan dat de minister hem in de bezwaarprocedure had moeten horen.
Jongvolwassenenbeleid
7. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich op het standpunt heeft mogen stellen dat eiser niet voor toepassing van het jongvolwassenenbeleid in aanmerking komt. Hierbij heeft de minister mogen betrekken dat geen sprake is van leven in gezinsverband als bedoeld in Werkinstructie 2020/16. Weliswaar heeft de scheiding tussen eiser en referente geen vrijwillig karakter gehad, maar zij leven al sinds 2016 gescheiden van elkaar en in die periode hebben zij ook lange tijd helemaal geen contact met elkaar gehad. Verder heeft de minister bij zijn standpunt mogen betrekken dat eiser zich desondanks in Ethiopië en Uganda heeft weten te handhaven, zonder de financiële steun van zijn moeder.
Hoorplicht
8. Uitgangspunt is dat in de bezwaarprocedure moet worden gehoord. De minister kan in bepaalde gevallen echter afzien van het horen in bezwaar. [1] De rechtbank is van oordeel dat de minister in dit geval heeft mogen afzien van horen tijdens de bezwaarfase. Gelet op wat hiervóór onder 7 is overwogen, was immers duidelijk dat het in bezwaar aangevoerde redelijkerwijs niet tot een andersluidend besluit zou leiden.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Janssen, rechter, in aanwezigheid van
mr.S.J. Bootsma, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op 8 juni 2026.

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1918.