Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.Het verdere verloop van de procedure
2.De verdere beoordeling
Deskundigen rapport, aangevuld definitief advies 3 oktober 2025”. In dit aanvullende rapport hebben deskundigen geadviseerd over de schade bij voortzetting (reconstructie) van de onderneming en de schade bij beëindiging (liquidatie) van de onderneming. Op 22 april 2026 hebben deskundigen, naar aanleiding van hetgeen tijdens het pleidooi op 21 november 2025 is besproken, nog een aanvullend deskundigenrapport gedeponeerd. Voor zover de rechtbank in het vervolg verwijst naar het deskundigenrapport dan bedoelt zij hiermee het deskundigenrapport dat deskundigen op 3 oktober 2025 hebben gedeponeerd. In dit rapport is de tekst van het deskundigenrapport van 28 mei 2025 ook integraal opgenomen. Voor zover de rechtbank in het vervolg verwijst naar het aanvullend deskundigenrapport, dan bedoelt zij hiermee het aanvullend deskundigenrapport van 22 april 2026.
€ 4.647.399
de waarde van een onroerende zaak die in het kader van een onteigening voor vergoeding in aanmerking komt, is de hoogste waarde die aan een zaak kan worden toegekend op basis van het gebruik dat een potentiële koper daarvan denkt te kunnen maken.”
In die parlementaire geschiedenis is geen steun te vinden voor de opvatting dat de restwaarde van een onroerende zaak niet kan worden bereikt zolang dat object nog in gebruik is bij de eigenaar/gebruiker en dezelfde functie als daarvoor vervult. Die uitleg ligt ook niet voor de hand. De gecorrigeerde vervangingswaarde strekt er toe de waarde zodanig vast te stellen dat niet meer wordt belast dan het bedrag waarvoor de eigenaar een zaak zou kunnen verwerven die voor hem hetzelfde nut oplevert als de te waarderen zaak. Dat sluit een waardering op restwaarde niet uit.”
bestaat uit bekabeling en niet uit computers et cetera” en benadrukt dat het misschien jaarlijks om een te overzien bedrag gaat, maar dat dit oploopt door de factor 10 die erop wordt toegepast. In hun brief van 27 maart 2026 herhalen [gedaagde partij] c.s. dit bezwaar en wijzen zij erop dat deskundigen hierop niet zijn ingegaan tijdens het pleidooi van 21 november 2025. Zij wijzen erop dat [bedrijfsnaam 1] is uitgegaan van hedendaagse eisen en gebruiken inzake de bouwwijze. En dat de nieuwe situatie op het punt van de automatisering onvergelijkbaar is met de huidige situatie. Er bestaat een groot verschil tussen de huidige, feitelijke automatisering in de oude fabriek enerzijds en het programma uit de offerte anderzijds. Het grote economische voordeel van de voorgestelde automatisering is dat tracking en tracing straks digitaal kan verlopen. Dit levert een beperkte jaarlijkse besparing op van € 7.500 tot 10.000. Daar komt bij, aldus [gedaagde partij] c.s., dat deskundigen bij de bepaling van de waarde van de nieuwe fabriek rekenen met hetzelfde inkomen uit de exploitatie van de nieuwe fabriek als uit de oude bestaande fabriek. Tijdens het pleidooi van 19 mei 2026 hebben [gedaagde partij] c.s. gewezen op een brief van 15 mei 2026 van [bedrijfsnaam 1] waaruit volgt dat zijn herziene offerte is gebaseerd op de bouw van een zelfde fabriek met dezelfde functies als de bestaande fabriek en dat geen extra mechanische functies zijn toegevoegd. Wel zijn kabels en dergelijke begroot om het proces vanuit een centrale bedieningskamer aan te sturen. Er wordt tijd bespaard omdat operators niet meer de fabriek in hoeven lopen en omdat via een computer sneller kan worden gereageerd op fouten en foutmeldingen die binnen komen via automatisering. Maar deze besparing is op het totaal van de huidige personeelskosten van € 192.000 vrij gering.
Op dit moment is de mechanische installatie wat verouderd en zeker elektrisch gezien in een staat die verouderd is.
landmark building” in de gemeente zijn en een aantrekkelijke en kwalitatief hoogwaardige uitstraling moeten krijgen. [gedaagde partij] c.s. hebben ook overleg gevoerd met stedenbouwkundigen van de gemeente waaruit blijkt dat beeldkwaliteitseisen zullen worden gesteld. Dit mogelijke risico mag niet bij [gedaagde partij] c.s. worden gelegd.
€ 4.619.274