Eiser, een Iraanse nationaliteit dragende man geboren in 1995, diende op 24 september 2022 een asielaanvraag in met het argument dat hij in Iran problemen ondervond vanwege zijn afvalligheid van de islam en het bezoeken van een christelijke huiskerk.
De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat de enkele arrestatie en ondervraging in Iran niet voldoende zwaarwegend werden geacht om vluchtelingenrechtelijke bescherming te rechtvaardigen. Eiser werd na twee dagen vrijgelaten, zonder aanklacht of aanwijzingen dat hij nog gezocht wordt. Ook de vermeende bezoeken van inlichtingendienstleden aan zijn woning werden als niet-onderbouwd beoordeeld.
Eiser stelde dat hij nog steeds verdachte is en dat hij zich niet terughoudend zal opstellen bij terugkeer, onder meer door zijn uitingen op sociale media. De rechtbank vond echter dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico loopt op vervolging of ernstige schade. Zijn veranderde levenshouding naar agnosticisme en het ontbreken van een noodzaak om zich openlijk te uiten, rechtvaardigen volgens de rechtbank de verwachting van terughoudendheid.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit terecht is genomen en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.