ECLI:NL:RBDHA:2026:17025
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinprocedure Duitsland ongegrond verklaard
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende persoon, diende op 30 maart 2026 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de asielprocedure op grond van de Dublinverordening. Duitsland heeft het verzoek tot terugname van eiser geaccepteerd.
Eiser voerde aan dat hij in Duitsland geen deugdelijke asielprocedure heeft gehad, geen rechtsbijstand ontving en vreest voor directe uitzetting naar zijn land van herkomst vanwege zijn biseksuele gerichtheid. Hij stelde dat hij in Duitsland mogelijk in detentie wordt geplaatst en verwees ter onderbouwing naar een rapport van ECRE.
De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij wordt uitgegaan van de veronderstelling dat Duitsland zijn internationale verplichtingen nakomt. Eiser slaagde er niet in dit vermoeden te weerleggen met concrete aanwijzingen. De enkele stelling van het ontbreken van rechtsbijstand en de vrees voor detentie waren onvoldoende onderbouwd. Bovendien is het volgens de rechtbank aan eiser om eventuele problemen in Duitsland aan te kaarten bij de Duitse autoriteiten.
Ten aanzien van het risico op indirect refoulement oordeelde de rechtbank dat dit niet in deze procedure beoordeeld kan worden, conform een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens Dublinprocedure Duitsland is ongegrond verklaard.