ECLI:NL:RBDHA:2026:17033
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening voor maatschappelijke opvang op grond van Wmo 2015
Verzoekster en haar minderjarige kind vroegen om maatschappelijke opvang op grond van de Wmo 2015 nadat zij dakloos werden gesteld door haar ex-partner. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees de aanvraag af omdat verzoekster als voldoende zelfredzaam werd beschouwd en niet tot de doelgroep van de Wmo 2015 behoort.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college een zorgvuldig onderzoek had verricht naar de persoonlijke situatie van verzoekster en haar kind, waarbij diverse leefgebieden werden beoordeeld. Hoewel verzoekster stress ervaart en moeite heeft met het vinden van stabiel onderdak, is dit niet het gevolg van problemen bij het zich handhaven in de samenleving. De voorzieningenrechter vond dat verzoekster zelf in onderdak moet voorzien.
Ook de belangen van het minderjarige kind zijn meegewogen. Het college heeft volgens vaste rechtspraak en het IVRK voldoende rekening gehouden met deze belangen en een juiste afweging gemaakt tussen publieke belangen en de belangen van verzoekster en haar kind. De voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor maatschappelijke opvang wordt afgewezen omdat verzoekster voldoende zelfredzaam is.