3.5.1.Ontwikkeling relatie
De verdachte leert [slachtoffer] in 2010 kennen via een internetsite (Hyves). [slachtoffer] is op dat moment vijftien jaar oud. De verdachte is drieëntwintig jaar oud en woont nog bij zijn moeder op [adres 2] (zijn ouderlijk huis). [slachtoffer], die een bewogen puberteit doormaakt, trekt in bij de verdachte en zijn moeder. Na enige tijd verhuizen de verdachte en [slachtoffer] naar een andere woning. De verdachte krijgt, na een aantal studies voortijdig te hebben afgebroken, in 2012 een Wajong-uitkering vanwege arbeidsbeperkingen. [slachtoffer] gaat werken en ontwikkelt zich in de loop van de jaren van een gewaardeerd personeelslid tot vestigingsmanager van een verhuurder van opslagruimte. Op [datum 1] 2014 wordt [benadeelde 1], de dochter van [slachtoffer] en de verdachte geboren. De verdachte is huisman en neemt een deel van de zorg voor zijn rekening. In de zomer van 2016, als [slachtoffer] in verwachting is van [benadeelde 2], verhuizen zij terug naar de woning van de moeder van de verdachte die op dat moment zelf geen gebruik maakt van haar woning in verband met een nieuwe partner. Op [datum 2] 2016 wordt [benadeelde 2] geboren. In 2017, als haar nieuwe partner is overleden, verhuist de moeder van de verdachte terug naar [adres 2]. In 2021 en 2022 zijn er hevige ruzies tussen de verdachte en [slachtoffer]. Op een huwelijksfeest van de ouders van [slachtoffer] in 2021 ontstaat een grote ruzie, samenhangend met het drankgebruik en jaloezie van de verdachte. In 2021 worden er apps op de telefoon van [slachtoffer] geïnstalleerd (spyware), waarmee door de verdachte chats en gespreksgegevens kunnen worden teruggehaald en bekeken. De verdachte heeft hierbij vooral zijn focus op contacten van [slachtoffer] met mannelijke collega’s. Op 27 november 2022 is er opnieuw een grote ruzie waarbij de verdachte veel heeft gedronken. Dit keer wordt de politie ingeschakeld. [slachtoffer] wil naar aanleiding hiervan met de kinderen vertrekken naar haar ouders. De verdachte raakt hierdoor in paniek. De verdachte zegt, in het bijzijn van [slachtoffer], de kinderen en verdachtes moeder, dat hij zichzelf voor de trein zal gooien als zij naar haar ouders vertrekt met de kinderen. Pas als de moeder van de verdachte hem geruststelt, kan [slachtoffer] met de kinderen voor één nacht naar haar ouders vertrekken, maar ook als zij daar is blijft de verdachte [slachtoffer] vele berichtjes sturen. Veilig Thuis wordt ingeschakeld voor de kinderen. De relatie tussen de verdachte en [slachtoffer] wordt weer hersteld. De verdachte en [slachtoffer] maken afspraken om de relatie te verbeteren door meer tijd en aandacht aan elkaar te besteden. Begin 2023 lijkt de relatie tussen hen zich te verbeteren. Er worden trouwplannen gemaakt waarbij een datum wordt geprikt, getuigen worden benaderd en er is de wens om een derde kind te krijgen. Op 10 maart 2023 is [slachtoffer] getuige van een dodelijk verkeersongeval waarbij een kind wordt overreden door een vrachtwagen. [slachtoffer] stopt tijdelijk met haar werk en ondergaat EMDR-therapie. [slachtoffer] rondt de behandeling af na een aantal sessies en meldt dat zij alleen nog een lichte angst heeft voor vrachtwagens. Medio april 2023 gaat zij weer voor het eerst naar haar werk om later, in juni, weer volledig aan het werk te gaan.
In de avond en nacht van 16 op 17 april 2023 komt er een abrupt einde aan de relatie. Uit door de verdachte gemaakt beeldmateriaal blijkt dat die nacht seksueel contact heeft plaatsgevonden tussen [slachtoffer] en de verdachte waarbij [slachtoffer] zich in een onderworpen positie bevond. [slachtoffer] verbreekt de relatie kort hierna resoluut, zo blijkt uit chats van haar (‘I did it!’; ‘hem eruit getrapt. Ik kon niet meer.’). Wat er die avond en nacht precies is gebeurd, blijft onduidelijk, maar uit verschillende berichten en verklaringen blijkt dat [slachtoffer] niet meer om kan gaan met de bepalende en controlerende houding van de verdachte en zijn overmatig drankgebruik.
De verdachte zelf heeft geweigerd iets te vertellen over die nacht of over de reden van de abrupte relatiebreuk, maar vast staat dat er de ene dag nog werd gesproken over een toekomst samen en de verdachte de volgende dag in alle vroegte met de auto naar [land] is gereden nadat de relatie definitief is beëindigd door [slachtoffer]. De verdachte verblijft een kleine week in [land] en spreekt met [slachtoffer] af om bij thuiskomst aan de kinderen te vertellen dat zij uit elkaar gaan. De verdachte heeft het moeilijk met het einde van de relatie. Ondanks de insteek van de verdachte en [slachtoffer] om de beëindiging van de relatie goed te regelen, met name voor hun twee kinderen, zijn er vanaf 17 april 2023 veel conflicten. Conflicten gaan onder meer over het zonder overleg bestellen van allerlei dure nieuwe spullen door de verdachte voor zijn nieuwe woning en over het verdelen van de zorg voor de kinderen (in het kader van een ouderschapsplan).
De verdachte appt [slachtoffer] veelvuldig als zij aan het werk is. DZowel voor als na de relatiebreuk. Er zijn daarbij dagen dat de verdachte wel 200, 400 of zelfs 600 keer een appje stuurt. In die berichtjes geeft de verdachte blijk van jaloezie naar bepaalde collega’s van [slachtoffer], die hij in de contactenlijst van zijn telefoon lelijke bijnamen geeft. De apps geven ook blijk van afhankelijkheid van [slachtoffer] als hij zaken moet regelen en van angstgevoelens als zij geen tijd heeft voor hem. Zelfs als hij na de relatiebreuk een week in [land] is, controleert de verdachte [slachtoffer] nog steeds. De verdachte heeft het duidelijk moeilijk met de relatiebreuk en het gegeven dat hij alleen verder moet. De verdachte bericht [slachtoffer] dat hij zich sinds 17 april 2023 dood voelt van binnen en dat zijn leven stilstaat. Dit zelfde beeld komt ook uit ‘gesprekken’ naar voren die hij in die tijd met ChatGPT voert, waarin hij aangeeft dat hij zich eenzaam voelt en jaloers is.
Op 2 oktober 2023 krijgt de verdachte de sleutels van zijn nieuwe huurwoning aan de [straatnaam]. De verdachte maakt geen haast om zijn nieuwe woning te betrekken. Kort ervoor heeft hij nog geprobeerd om medehuurder van [adres 2] te worden, maar [slachtoffer] en ook de moeder van de verdachte zien dit niet zitten. De verdachte neemt de tijd om zijn nieuwe woning eerst op te knappen. [slachtoffer] helpt hem hierbij. Tot de laatste dag probeert de verdachte zijn vertrek naar de [straatnaam] uit te stellen. Zo vertelt hij [slachtoffer] dat er een lekkage van het dak is, die pas in de ochtend van 29 januari 2024 kan worden verholpen. Uit informatie van de woningbouwvereniging blijkt echter dat er op dat moment geen lekkages zijn. Er is een lekkende wasmachinekraan vervangen en een vochtvlek verholpen, maar dat was al maanden daarvoor.
Uit berichten van [slachtoffer] aan haar moeder en beeldbellen met haar zus [benadeelde 6] blijkt dat [slachtoffer] wil dat de verdachte sowieso [adres 2] verlaat op 29 januari 2024. [slachtoffer] heeft veel van de nog op [adres 2] aanwezige spullen van de verdachte in vuilniszakken gedaan en klaargezet om ervoor te zorgen dat de verdachte ook daadwerkelijk de woning zal verlaten. Op 28 januari 2024 om 17.04 uur laat zij aan haar moeder weten: ‘Jaa nog eeeeeeen nachtje! Ik heb al gezegd: maakt me niet uit of het af is, je gaat maar.’
3.5.2.Redenen voor zelfmoord?
De verdachte heeft verklaard dat er volgens hem “meer dan genoeg redenen” waren voor [slachtoffer] om zelfmoord te plegen. De verdachte heeft verklaard dat [slachtoffer] dagelijks veel alcohol dronk en dat het ongeluk bij haar werk haar nog steeds bezighield. Ook zou zij zijn misbruikt in haar jeugd en zou zij sindsdien aan automutilatie doen (volgens de verdachte zouden hiervan sporen op haar hielen te vinden zijn). Door de verdediging is de mogelijkheid van een
silent depressionnaar voren gebracht, een vorm van depressie waarbij iemand de symptomen angstvallig verborgen houdt voor de buitenwereld.
Het openbaar ministerie heeft gericht onderzoek gedaan naar de omstandigheden die door de verdachte naar voren zijn gebracht.
De rechtbank is van oordeel dat de door de verdachte genoemde “redenen voor zelfmoord” geen bevestiging vinden in het dossier. Het is slechts de verdachte zelf die hierover heeft verklaard. Uit het dossier blijkt niet dat [slachtoffer] een alcoholprobleem had. De rechtbank verwijst hiertoe naar getuigenverklaringen in het dossier met betrekking tot haar alcoholgebruik. Van misbruik in haar jeugd is niet gebleken. Van recente sporen van automutilatie (al dan niet op haar hielen) blijkt evenmin sprake te zijn. Er zijn alleen oude littekentjes aangetroffen, uit de periode rond haar vijftiende. Wat betreft het verkeersongeval waarvan [slachtoffer] getuige was in maart 2023 blijkt uit het dossier dat [slachtoffer] niet lang na het ongeval met goed gevolg een psychotherapeutische behandeling voor traumaverwerking heeft ondergaan (EMDR).
Meer in het algemeen overweegt de rechtbank dat uit het dossier niet is gebleken dat [slachtoffer] depressieve gevoelens had. Integendeel: het dossier bevat meerdere aanwijzingen dat [slachtoffer] uitzag naar haar nieuwe leven na de scheiding van de verdachte. Dit volgt onder meer uit chatgesprekken en verklaringen van diverse personen uit haar naaste omgeving.
3.5.3.Bevindingen forensisch onderzoek
Het forensisch onderzoek, meer in het bijzonder het interdisciplinair forensisch onderzoek (IDFO), heeft plaatsgevonden met gebruikmaking van twee hypotheses, kort gezegd:
1. dat [slachtoffer] zichzelf van het leven heeft beroofd door zichzelf te verhangen aan de verwarmingsbuis in de woonkamer;
2. dat de verdachte [slachtoffer] heeft gestranguleerd (gewurgd) en zelfmoord in scène heeft gezet.
Middels een IDFO (interdisciplinair forensisch onderzoek) kan antwoord verkregen worden op de vraag binnen welk scenario de forensische bevindingen het meest aannemelijk zijn. Belangrijk om hierbij te vermelden is dat ten behoeve van het zelfmoord-scenario aan de verdediging vooraf is gevraagd om input te leveren ten aanzien van de aannames en contextinformatie, zodat deze achteraf geen onderwerp van discussie zouden worden. Verder heeft de verdachte uitgebreid gelegenheid gekregen om zijn scenario gedetailleerd naar voren te brengen en onjuistheden te corrigeren voordat het IDFO werd uitgevoerd.
Knipuiteinden riem
De verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer] hangend aan de riem heeft aangetroffen en de riem heeft doorgeknipt tijdens de 112-melding. Volgens die verklaring moet er spanning op de riem hebben gestaan bij het doorknippen. Het NFI heeft onderzoek verricht om te bepalen hoeveel spanning er op de riem moet hebben gestaan om een vervorming van de knipuiteinden te bereiken zoals aangetroffen aan de riem op 29 januari 2024. Daarvoor is een vergelijkbare riem driemaal doorgeknipt, telkens met een ander gewicht eraan.
Uit dit onderzoek blijkt dat de vervorming van de knipuiteinden het meest overeenkomt met de riem zoals gevonden op de plaats delict, indien de riem wordt doorgeknipt terwijl er geen of een beperkt gewicht aan hangt (van 0 tot 12 kilogram). Verder blijkt uit het onderzoek dat het onwaarschijnlijk is dat er sprake is geweest van een belasting van 12 tot 27 kilogram en zeer onwaarschijnlijk dat er sprake is geweest van een hogere belasting dan 27 kilogram. De conclusie van het onderzoek is dat de aangetroffen vervorming van de knipuiteinden iets waarschijnlijker (2-10 maal waarschijnlijker) is als [slachtoffer] niet aan de hondenriem aan de verwarmingsbuis heeft gehangen toen deze werd doorgeknipt, dan wanneer zij wel aan de riem hing bij het doorknippen.
De vorm van de knoop (strakheid) waarmee de riem aan de verwarmingsbuis was bevestigd
Uit het onderzoek naar de strakheid van de knoop is gebleken dat de strakheid van de knoop met alle mogelijke trekkrachten (al bij een gewicht van vijf kilogram) aanzienlijk groter was dan de op 29 januari 2024 aangetroffen knoop. De conclusie van het onderzoek is dan ook dat de aangetroffen – losse – knoop veel waarschijnlijker (100-10.000 maal waarschijnlijker) is als [slachtoffer] niet aan de hondenriem aan de verwarmingsbuis heeft gehangen (en de verdachte dus een onbelaste hondenriem heeft doorgeknipt), dan wanneer [slachtoffer] wél aan de hondenriem hing en de verdachte de op die manier belaste hondenriem heeft doorgeknipt. De verdachte heeft steeds verklaard dat hij niet heeft geprobeerd om de knoop los te trekken, niet vóórdat hij de 112-melding deed en niet tijdens de melding.
De rechtbank gaat er, mede gelet op wat hierover is gerelateerd in het dossier, van uit dat ook niemand anders de knoop heeft aangeraakt nadat deze aan de buis was bevestigd. De knoop bevond zich aan de verwarmingsbuis achter de bank, in de hoek van de kamer, en bij de hulpverlening aan [slachtoffer] was het onnodig dat de knoop zou worden aangeraakt.
DNA-materiaal onder nagels [slachtoffer]
In de bemonstering van de nagels van de linker- en rechterhand van [slachtoffer] is 3,9 nanogram DNA-materiaal aangetroffen dat een match oplevert met het DNA-profiel van de verdachte. De aanwezigheid van deze hoeveelheid DNA is zeven maal waarschijnlijker als [slachtoffer] is gewurgd en zich daarbij krabbend heeft verweerd, dan wanneer zij zichzelf heeft verhangen.
Letselbeeld
Uit het IDFO volgt dat het letselbeeld bij [slachtoffer] 10-100 maal waarschijnlijker is als zij zichzelf met een slipketting om haar nek heeft verhangen in een knielende en voorovergebogen of een liggende positie zoals aangegeven door de verdachte, dan wanneer [slachtoffer] met de slipketting is gewurgd. Redengevend hiervoor is – kort gezegd – :
- het verloop van het snoerteken (de afdruk van de ketting) in de hals. Dit verliep horizontaal in plaats van opstijgend. Bij een verhanging wordt doorgaans een opstijgend verloop waargenomen, maar bij specifieke gevallen van (onvolledige) verhanging kan ook een horizontaal verlopend snoerteken voorkomen;
- het ontbreken van (duidelijke) af- en verweerletsels en overig letsel,
- de enkelvoudigheid van het snoerteken (er was één enkel snoerteken aanwezig, en niet meerdere, terwijl dat laatste meer past bij een wurging waarbij het slachtoffer zich verzet), en de beperkte en gelokaliseerde onderliggende letsels, die passen bij een weinig dynamische context (zonder dat er een reden is gegeven voor de afwezigheid van verzet door het slachtoffer).
Conclusie IDFO
De conclusie van het IDFO, waarbij alle bewijskrachtberekeningen van de hiervoor opgenomen bevindingen uitgaande van de twee scenario’s worden meegewogen, is dat de forensische onderzoeksbevindingen (gezamenlijk) 7 tot 700 keer waarschijnlijker zijn indien wordt uitgegaan van het scenario dat de verdachte [slachtoffer] om het leven heeft gebracht door haar te wurgen met de slipketting, dan wanneer het scenario wordt gevolgd dat [slachtoffer] zichzelf heeft verhangen.
Het NFI komt tot deze conclusie door de bewijskracht van de eerder genoemde bevindingen met elkaar te vermenigvuldigen. Daarbij wordt binnen de genoemde bandbreedten (zoals ‘10-100 maal waarschijnlijker’) telkens uitgegaan van de bewijskracht die het meest in het voordeel van de verdachte is.
In deze berekening zijn de bevindingen over de knipuiteinden van de knoop niet meegenomen. Deze bevindingen zijn volgens het NFI namelijk conditioneel afhankelijk: de strakheid van de knoop en de vorm van de knipuiteinden hangen immers beide samen met de trekkracht op de riem. Om een dubbeltelling te voorkomen, zijn de bevindingen over de knipuiteinden daarom, in het voordeel van verdachte, in het geheel niet meegenomen.
3.5.4.Bevindingen tactisch onderzoek
Behalve de bevindingen uit het forensisch onderzoek, heeft de rechtbank acht geslagen op de bevindingen uit het tactisch onderzoek en het overige politieonderzoek. In dit onderzoek is met name gekeken naar de gedragingen van de verdachte, voorafgaand aan het gebeurde, voor zover dit kan worden nagegaan.
3.5.4.1. Zoekopdrachten op mobiele telefoon en webgeschiedenis
De telefoon van de verdachte is onderzocht. Daaruit is gebleken dat (een deel van) de webgeschiedenis handmatig of automatisch is verwijderd, zodat niet precies kan worden nagegaan welke sites met behulp van deze telefoon zijn bezocht. Wel zijn er in de zogenoemde cache-map van de telefoon van de verdachte cachebestanden (met name afbeeldingen) aangetroffen. De functie van cachebestanden op een telefoon is het tijdelijk opslaan van data. Dit zorgt ervoor dat apps en websites sneller laden omdat de telefoon niet elke keer opnieuw gegevens hoeft te downloaden. Uit onderzoek naar deze afbeeldingen kan met betrekking tot de vanaf deze telefoon bezochte websites – ondanks de gewiste webgeschiedenis – het volgende worden vastgesteld.
Op 27 september 2023 om 18.53 uur is op rechtspraak.nl gezocht naar jurisprudentie met betrekking tot de zoekterm ‘zelfmoord’.
Op 1 oktober 2023 om 23.24 uur is gekeken hoe een strop kan worden geknoopt.
Op 10 oktober 2023 vanaf 00.10 uur zijn twee wetenschappelijke artikelen geraadpleegd waarin het onderscheid tussen moord en zelfmoord door strangulatie wordt besproken. Het zijn artikelen die informatie verschaffen over de (forensische) kenmerken van beide scenario’s zodat zelfmoord kan worden onderscheiden van moord.
Uit de webgeschiedenis die nog kon worden achterhaald, blijkt dat op 19 november 2023 van 10.29 uur tot 11.49 uur onderzoek is gedaan naar de werking van de stof ethyleenglycol (antivries), een zeer giftige stof. Eerst werd op Wikipedia gekeken, daarna werd er gekeken wat de letale dosis is van deze stof. Ook werd er gekeken hoe snel bloed stolt.
Dat niet de verdachte maar [slachtoffer] genoemde informatie zou hebben gezocht met behulp van de telefoon van de verdachte, acht de rechtbank niet aannemelijk. Behalve de verklaring van de verdachte is er in het dossier niets dat hierop wijst. Het klopt niet in de tijdlijn, [slachtoffer] is op sommige tijdstippen van zoekopdrachten niet bij de verdachte en zijn telefoon, en het komt de rechtbank ook zeer onwaarschijnlijk voor in het licht van het feit dat de verdachte met deze zelfde telefoon app-contact heeft met een vriend over hoe hij [slachtoffer] het best kan manipuleren in het proces van de scheiding en app-contact heeft met meerdere potentieel nieuwe partners.
3.5.4.2. Aanschaf en gebruik hondenriem en metalen slipketting
Op 5 december 2023 heeft de verdachte op de website van Action een type hondenriem bekeken zoals aangetroffen op 29 januari 2024 op de plaats delict. De verdachte heeft deze (vervolgens) aangeschaft. De metalen slipketting zou de verdachte naar eigen zeggen kort daarvoor al hebben aangeschaft. De hondenriem met slipketting zou volgens de verdachte zijn gebruikt om [naam hond], de chihuahua van het gezin, mee uit te laten (‘Gewoon om een wat stoerdere look te geven aan het hondje.’). Later heeft de verdachte verklaard dat het om een grapje ging, de ketting was veel te groot en zwaar voor hun chihuahua. In de (nieuwe) woning van de verdachte is nog eenzelfde soort slipketting aangetroffen tussen de administratie, in een ordner. Uit camerabeelden van de deurbel van de overburen blijkt dat de slipketting niet is gebruikt om [naam hond] uit te laten. Uit de bewijsmiddelen, waaronder de verklaring van de verdachte zelf, blijkt dat de combinatie van deze hondenriem met slipketting na de aanschaf aan de kapstok heeft gehangen in de gang van de woning, klaar voor gebruik.
3.5.4.3. Onderzoek stappenteller en gebruik Netflix in woonkamer
Uit het onderzoek naar de stappentellers op de telefoons van de verdachte en [slachtoffer] komt naar voren dat het aantal getelde stappen niet (altijd) overeenkomt met het aantal werkelijk genomen stappen. Daar komt bij dat stappen alleen worden geregistreerd op het moment dat de telefoon wordt meegenomen door de persoon die de stappen zet.
De officier van justitie en de verdediging geven verschillende interpretaties van de gegevens uit de stappentellers.
De officier van justitie heeft naar voren gebracht dat de telefoon van de verdachte geen stappen meer heeft geregistreerd in de avond van 28 januari 2024 (vanaf 18.10 uur) zodat het goed zou kunnen dat de verdachte de gehele nacht beneden (in de woonkamer) is gebleven. De verdachte heeft die nacht tot 01.10 uur op zijn telefoon gezeten. Pas tussen 6.40 en 6.50 uur zijn er weer stappen geregistreerd op de telefoon van de verdachte. Vanaf 3.54 uur is er Netflix gestreamd in de woonkamer. De officier van justitie acht het aannemelijk dat het de verdachte is geweest die dit heeft gedaan.
De verdediging acht het aannemelijk dat het [slachtoffer] is geweest die Netflix heeft gekeken in de woonkamer, ook al zijn de eerste stappen op haar telefoon die dag pas geregistreerd om 4.12 uur. De verdediging benadrukt dat [slachtoffer] om 3.24 uur al actief was op haar telefoon. De overige activiteiten op haar telefoon en geregistreerde stappen zouden dit scenario nog aannemelijker maken.
De rechtbank zal geen conclusies verbinden aan het aantal stappen dat volgens de stappenteller met de telefoon (in de hand) is gezet, al dan niet in combinatie met het overige gebruik van de telefoons en het streamen van Netflix in de woonkamer. De rechtbank overweegt hiertoe dat geen van beide scenario’s voldoende sluitend is om hieraan conclusies te verbinden. Er zijn bovendien te veel variabelen die invloed hebben op het al dan niet (correct) registreren van stappen op een telefoon.
3.5.4.4. Tussenconclusie: de verdachte heeft [slachtoffer] om het leven gebracht
Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat uit de hiervoor besproken bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte [slachtoffer] op 29 januari 2024 heeft gewurgd met een metalen ketting en dat zij hieraan is overleden.
3.5.5.Voorbedachte raad
De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van voorbedachte raad vast moet komen te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling. De verdachte dient de gelegenheid te hebben gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap hebben kunnen geven. Bij de vraag of sprake is van voorbedachte raad gaat het bij uitstek om een weging en waardering van de omstandigheden van het concrete geval, waarbij de rechtbank het gewicht moet bepalen van de aanwijzingen die voor of tegen het bewezen verklaren van voorbedachte raad pleiten.
De officier van justitie concludeert uit de hiervoor besproken zoekopdrachten op de telefoon van de verdachte dat de verdachte zich kennelijk heeft georiënteerd op het doden van [slachtoffer] en het ensceneren van zelfmoord. Die oriëntatie maakt volgens de officier van justitie echter nog niet dat van voorbedachte raad sprake is geweest, al zijn er wel elementen die daar dicht tegenaan liggen.
De rechtbank, die de zoekopdrachten en de aanschaf van de hondenriem en slipketting, gezamenlijk beschouwt binnen de context van de afwikkeling van een turbulente relatie zoals hiervoor beschreven, ziet hierin een plan van de verdachte om [slachtoffer] om het leven te brengen. Dit plan behelst naar het oordeel van de rechtbank niet alleen om [slachtoffer] van het leven te beroven, maar ook om dit op zelfmoord te laten lijken (ook voor de politie en forensisch pathologen). In de wurging, het nadien ophangen van het andere uiteinde van de doorgeknipte hondenriem aan de verwarmingsbuis en zijn verklaringen dat hij [slachtoffer] hangend zou hebben aangetroffen, ziet de rechtbank de uitvoering door de verdachte van dit plan. De voorbereiding van dit plan is verspreid over een langere periode – een periode waarin de verdachte had kunnen nadenken over zijn voornemen en de consequenties daarvan.
Anders dan de officier van justitie zal de rechtbank de voorbedachte raad bewezen verklaren.
De rechtbank gaat hiermee voorbij aan de (niet nader onderbouwde) stelling van de verdediging dat de (specifieke) zoekopdrachten van de verdachte samenhingen met de zelfmoord van verdachtes oom [naam 1] in 2014. Ook aan de door de verdediging overgelegde chats met zijn nicht hierover, chats die niet zijn aangetroffen in de telefoon of op de laptop van de verdachte maar (kennelijk) door die nicht zijn aangeleverd, komt geen betekenis toe waar het gaat om de zoekopdrachten van de verdachte.