Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 5 juni 2026 in de zaken tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- Groothandel en import van bouwmaterialen, vloeren, sanitair, tegels, hout en aanverwante artikelen;
- Het (doen) uitvoeren van onderhouds- en renovatiewerkzaamheden in de burger- en utiliteitsbouw;
- Het stofferen en inrichten ten behoeve van (weder-) verkoop.
- Het begeleiden en advisering van bouwprojecten;
- Het uitvoeren van onderhouds- en renovatiewerkzaamheden in de burgerlijke- en utiliteitsbouw.
- De activiteiten van eiser rondom de gezamenlijke onroerendgoedtransacties met de compagnon worden in een groot aantal – in het controlerapport benoemde – gevallen aangemerkt als een bron van inkomen, te weten box 1-inkomen, over de belastingjaren 2014 tot en met 2017. Daarbij gaat het doorgaans om de positieve resultaten behaald bij de overgang van box 1 (einde van meer dan normaal vermogensbeheer) naar box 3 (aanvang reguliere verhuur/start normaal vermogensbeheer). In een enkel geval (waaronder [pand 3] ) gaat het om het resultaat behaald bij verkoop.
- De correcties kwalificeren in beginsel als belastbare winst uit onderneming (primaire conclusie), maar worden in de belastingaanslagen vooralsnog in aanmerking genomen als resultaat uit overige werkzaamheden (subsidiaire conclusie).
- Uit diverse transacties van de gelieerde vennootschap [bedrijfsnaam 2] volgt daarnaast een (verkapte) uitdeling van dividend aan eiser en de compagnon over de belastingjaren 2014 tot en met 2017. Dientengevolge moet het box 2-inkomen worden gecorrigeerd.
- Over het bijgetelde inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) worden vergrijpboeten opgelegd. Deze vergrijpboeten hebben enkel betrekking op de correcties die worden aangebracht naar aanleiding van de (verkapte) uitdelingen van dividend.
De navorderingsaanslagen IB/PVV 2015 en 2016 (dagtekening 14 augustus 2021) en de aanslag IB/PVV 2017 (dagtekening 10 augustus 2021) zijn overeenkomstig de uitkomsten van het boekenonderzoek opgelegd. Ten opzichte van de aangiften IB/PVV over de jaren 2014 tot en met 2017 zijn de volgende correcties doorgevoerd:
- of sprake is van omkering en verzwaring van de bewijslast;
- of de activiteiten/werkzaamheden van eiser en de compagnon ter zake van de zeven hiervóór onder punt 5 genoemde panden kwalificeren als ‘meer dan normaal vermogensbeheer’ en leiden tot box 1-inkomen bestaande uit winst uit onderneming dan wel resultaat uit overige werkzaamheden (in plaats van box 3-heffing over die panden);
- of de aan de inkomenscorrecties ten grondslag liggende waardebepaling van de panden juist is;
- of het gelijkheidsbeginsel is geschonden;
- of sprake is van vooringenomenheid en willekeur door de controleambtenaar en of het zorgvuldigheidsbeginsel is geschonden;
- of de belastingrente dient te worden gematigd;
- of eiser recht heeft op vergoeding van de integrale proceskosten.
- er is geen sprake is van omkering en verzwaring van de bewijslast;
- de activiteiten/werkzaamheden betreffende de bewuste panden vormen geen winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden; er is geen sprake van werkzaamheden die normale beleggers niet uitvoeren, waardoor de betreffende panden tot het box 3-inkomen dienen te worden gerekend;
- de waardebepalingen van de panden van verweerder, waarop de inkomenscorrecties zijn gebaseerd, zijn niet juist; er dient te worden uitgegaan van de taxaties van eiser en de compagnon;
- het gelijkheidsbeginsel is geschonden, omdat in een ander gelijk geval de inkomsten wel als box 3-inkomen zijn aangemerkt;
- er is sprake van vooringenomenheid en willekeur en van onzorgvuldigheid door de manier waarop de hele controle is uitgevoerd en afgehandeld;
- de belastingrente dient te worden gematigd, omdat die mede is opgelopen door aan verweerder te wijten vertragingen.
- er is sprake van omkering en verzwaring van de bewijslast;
- de activiteiten/werkzaamheden betreffende de bewuste panden vormen meer dan normaal vermogensbeheer en vormen winst uit onderneming (primair standpunt) dan wel belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden (subsidiair standpunt);
- de waardebepalingen van de panden van verweerder waarop de inkomenscorrecties zijn gebaseerd, zijn juist;
- het gelijkheidsbeginsel is niet geschonden;
- er is geen sprake van vooringenomenheid of willekeur en ook niet van schending van het zorgvuldigheidsbeginsel;
- er is geen aanleiding de belastingrente te matigen.
bewusteen onjuiste aangifte is gedaan. Onder die omstandigheden rechtvaardigen de box 2-correcties niet de bewijsrechtelijke sanctie van omkering en verzwaring van de bewijslast in deze procedure. De rechtbank zal dan ook de normale regels van de bewijslastverdeling toepassen.
[pand 3]
[pand 4]
[pand 5]
[pand 6]
[pand 3]
[pand 4]
[pand 5]
[pand 6]
Beslissing
- verklaart de beroepen met zaaknummers SGR 24/4785, SGR 24/4788, SGR 24/4791 en SGR 24/4794 (betreffende de jaren 2014, 2015 en 2017) gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar betreffende de (navorderings)aanslagen IB/PVV 2014, 2015 en 2017 en de navorderingsaanslag Zvw 2014, behoudens voor zover het de nihilstelling van de boetebeschikkingen en de toegekende proceskostenvergoeding betreft;
- draagt verweerder op de (navorderings)aanslagen IB/PVV 2014, 2015 en 2017 en de navorderingsaanslag Zvw 2014 en de bij die belastingaanslagen gegeven rentebeschikkingen te verminderen met inachtneming van wat is beslist in deze uitspraak en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde delen van de uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.101,50;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 51 aan eiser te vergoeden.