ECLI:NL:RBDHA:2026:17203
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning humanitair niet-tijdelijk wedertoelating oud-Nederlander
Eiser, met de Surinaamse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning humanitair niet-tijdelijk als wedertoelating oud-Nederlander. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat de aanvraag onvolledig was en eiser niet reageerde op het verzoek om aanvullende stukken.
Eiser stelde dat verweerder onterecht beperkingen hanteerde, het evenredigheidsbeginsel schond en de hoorplicht niet naleefde. De rechtbank oordeelde dat verweerder bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te stellen bij onvolledigheid en dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat hij een bijzondere band met Nederland heeft.
De rechtbank verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel en concludeerde dat verweerder voldoende had gemotiveerd waarom de aanvraag niet in behandeling werd genomen. Omdat de aanvraag niet inhoudelijk hoefde te worden behandeld, ging de rechtbank niet in op de inhoudelijke gronden van eiser.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag verblijfsvergunning humanitair niet-tijdelijk wordt ongegrond verklaard.